dinsdag 24 augustus 2010

Bravi .... Brava signora.... Bravo signore

Dit is ons vele malen toegeroepen en werd door velen gezegd, als ze hoorden dat we op weg naar Rome waren, hoeveel kilometers we gefietst hadden en waaróm we dat deden.

Voor de cryptologen onder ons: De oplossing van 'vleugelburcht' is 'Casteldelpiano'.  De fles wijn gaat naar onze vriendin Len.

We pakken de draad weer op in Marta aan het meer van Bolsena. We gunnen ons daar vier dagen rust. Nou ja, rust.... Woensdag 18 augustus besluiten we toch weer even op de fiets te kruipen om het plaatsje Bagnoregio te bezoeken. We moeten daarvoor natuurlijk, vanaf het meer, eerst weer

klimmen om in de bergen te komen. Dat gaat ons nu een stuk makkelijker af, omdat we geen bagage hoeven mee te nemen. Opvallend hoe gemakkelijk wij de klimmetjes van 8 tot 10 procent nu pakken. De reden dat we ons deze moeite getroosten, is het feit dat Bagnoregio een hele aparte bezienswaardigheid is. Het is n.l. door de eeuwen heen verbonden, door middel van een loopbrug, met een plaatsje dat gebouwd is, op een tufstenen heuvel en geheel solitair ligt. Echter het tufsteen is in de loop van de tijd gaan eroderen, waardoor er steeds meer huizen en gebouwen in de diepte verdwenen. Zo is het ook de oorspronkelijke loopbrug vergaan. Sinds 1970 is dit een halt toegeroepen, door het hele dorpje de status van erfgoed te geven en de fundamenten te verstevigen. We wandelen er naar toe en zijn onder de indruk van de Etruskische invloeden, die er nog te vinden zijn. Na de lunch worden we getrakteerd op een heerlijke afdaling, een goed wegdek en mooie bochten. Weer terug aan het meer nemen we nog een zonnebad. Dat hebben we wel verdiend na 58 km op onze rustdag.

Donderdag 19 augustus verlaten we Lago di Bolsena. Van het hotelpersoneel krijgen we nog een grote fles water mee, want het zal heet worden vandaag. Als Wim halverwege de dag de fles openmaakt, ontploft die bijna. Het blijkt namelijk aqua con gas te zijn. Na twintig kilometer stoppen we in Tuscania, een renaissance stadje, dat in 1971 is getroffen door een aardbeving, maar daarna weer mooi is opgebouwd en hersteld.
We bekijken de laat 12de eeuwse kerk Santa Maria Maggiore, die door vrijwilligers, stukje bij beetje wordt hersteld.
Een knappe prestatie om ook de fresco's zo goed mogelijk te bewaren. We vervolgen onze weg. Het landschap wordt weer aardig bergachtig en de temperatuur stijgt gestaag. We richten ons vandaag op een kleiner kratermeer, het Lago di Vigo. Na 57 km komen we daar aan en nestelen ons in een leuk hotelletje. 's Avonds willen we eten in een restaurant aan het water. We gaan op de fiets, want het ligt aan de andere kant van het meer. Helaas gaat de keuken daar pas om acht uur open, dat wordt wel heel laat. Uiteindelijk belanden we in het restaurant van een camping, waar we heelijk eten en genieten van een groep jongeren, die gezamenlijk een maaltijd verslinden. Als we op de fiets stappen is het inmiddels donker en komt het hoofdlampje van Stanny heel goed van pas. Terug in het hotel zitten we nog even op ons balkon na te genieten van de dag en te luisteren naar de avondkrekels. Deze maken een rustig rollend geluid. De krekels die wij overdag horen, maken snerpende herrie.

De vrijdag gebruiken we om het meer te verkennen. Stanny regelt twee ligbedden en een parasol en zo brengen we verder de dag door aan het water.

Zaterdag 21 augustus ontbijten we in een naburig wegrestaurant, annex kiosk, sigarettenwinkel en hangplek voor pensionado's. We rijden vandaag door het grootste hazelnootgebied van Europa en kunnen de verleiding niet weerstaan om er een paar te plukken. De bramen beginnen ook rijp te worden en smaken heerlijk. We drinken koffie in Fabrica di Roma bij de plaatselijke bar op het pleintje. De aanwezige pensionado's kijken belangstellend toe, hoe wij onze fietsen neerzetten en volgen vooral Stanny. Als we op het terras bij hen komen zitten, maken ze spontaan ruimte voor ons. Stanny wordt aangesproken op haar lengte, dat vinden ze toch wel heel bijzonder. Als ze vernemen dat wij vanuit Nederland zijn komen fietsen, vliegen de ......'mamma mia's'....bicyclette??....en Bravi om onze oren. Ze willen er van alles van weten.  Echter spreken ze alleen Italiaans, dus dat wordt handen en voetenwerk. Aan de hand van het routeboekje leggen we uit hoe wij hebben gereden. We vermaken ons uitstekend. Als Stanny binnen is om koffie te halen, gaat een niets vermoedende, net aangekomen man, op haar stoel zitten. Meteen krijgt hij van alle aanwezige mannen, de wind van voren. De arme man snapt er niets van en kijkt Wim vragend aan. Maar de andere mannen sturen hem resoluut weg en wijzen hem een andere stoel. Als Stanny dan terugkomt bekijkt hij haar van top tot teen, hoort van de anderen dat we zijn komen fietsen vanuit Nederland en begint in rap Italiaans zijn bewondering voor ons, maar vooral voor die mooie 'lange' dame, uit te spreken. Als we weer opstappen zwaaien ze ons uit en wensen ons een "buone vacanze".
Volgens de route moet het klimmen vanaf nu wel meevallen. Dat blijkt echter heel anders te zijn. Er komt weer geen einde aan en de percentages liegen er niet om. Het wegdek is ronduit slecht, vol kuilen en scheuren. Die verd...... Apennijnen. Het valt tevens zo zwaar, omdat het vandaag écht heet is. Ruim 40 graden, we plakken aan het asfalt vast en onze bidons zijn binnen notime leeg. In de meeste plaatsjes, waar we door heen gekomen zijn, staat er altijd wel een kraantje op het centrale plein of een fonteintje. Uitgerekend bij de plaatsjes, waar wij nu doorheen komen is er geen kraantje te vinden en blijkt ook de plaatselijke bar gesloten te zijn. We zijn helemaal op en zoeken wat verkoeling in een schaduwrijke hoek op het pleintje. Na twintig minuten gaat de bar toch open. Rennen met bidons en flessen en ..... een colaatje. Heerlijk!! Dat geeft weer de broodnodige pep in de klep. We hebben besloten om vandaag een overnachting te zoeken in het plaatsje Marlupo, dat van de route af ligt. Dit heeft te maken met het aantal mogelijkheden om te kunnen overnachten. Dit valt toch nog tegen. Twee genoemde adressen blijken geen BenB meer te zijn en voor een ander adres moeten we een heel stuk afdalen. Dus niet!!
Bij navraag vernemen we dat iets verderop nog een hotel moet liggen. Dat klopt gelukkig, al is het een wat verlopen boel en ligt het bij een wegrestaurantje. Wij zijn allang blij dat we een slaapplek hebben.
Stanny regelt een ventilator voor op de kamer, dat geeft nog wat verkoeling.
Om te dineren hebben we ons gericht op het wegrestaurant. Er blijkt echter een mooi, groot restaurant achter te liggen, met keurig gedekte tafels en een heuse, houtgestookte, pizza oven. Omdat wij één van de weinige gasten zijn, tovert de pizzabakker een mooi en heerlijk voorgerecht op tafel. Dat is genieten en smullen.

Zondag 22 augustus. We hebben besloten om vandaag al naar de camping, even boven Rome, te rijden. Het is vandaag niet druk op de weg en het zal weer heel heet worden. We kunnen het dan rustig aan doen, al weten we niet of we op de camping terecht kunnen. We hebben daar n.l. vanaf morgen pas een cabin (met airco) besproken. We zien wel en gaan gewoon op weg. Het is inderdaad weer bloedheet en smelten bijna op onze fiets. De laatste klimmetjes dienen zich aan. We nemen ze met een big smile op onze gezichten en zien, vanaf de laatste heuvels, het vlakke land voor ons liggen. Voor we het stadje
Prima Porta bereiken stappen we af. De meter staat op 2500 kilometer. Een trots gevoel doorstroomt ons. We hebben het gefikst. Nat en bezweet, maar intens blij en dankbaar omhelzen en kussen wij elkaar. Andere weggebruikers kijken ons verbaasd aan. Wij zijn alleen met onszelf bezig! Een heerlijk gevoel doorstroomt ons. Nu nog het laatste stukje naar Rome....., maar dat is voor morgen. We fietsen Prima Porta in en vinden snel de camping. Dat we een dag eerder op de camping zijn is totaal geen probleem. We krijgen meteen de sleutel van onze cabin en ploffen onze bagage neer. We nemen een douche, kopen een biertje en gaan onderuitgezakt op 'ons' terras zitten genieten.

Maandag 23 augustus. Na het ontbijt, fietsen bepakken en ..... Rome in. Nog 20 kilometer. Via een stukje grote weg en een mooi fietspad naderen we de "Eeuwige stad". Echter niet voordat we nog een laatste uitdaging moeten overwinnen. Halverwege het fietspad is er een gedeelte met een hek afgesloten. We moeten kiezen tussen

verdergaan over een vierbaansweg of de fietsen afladen, over de hekken tillen en weer doorgaan. Dat laatste natuurlijk! Gelukkig is er een 'engel' op ons pad verschenen in de vorm van een aardige Italiaanse racefietsende man, die, al babbelend in het Italiaans, ons van alles uitlegt over de omgeving en zijn waardering voor onze reis nadrukkelijk laat blijken. Bij de hekken aangekomen helpt hij ons spontaan om onze fietsen daarover heen te tillen en begeleidt ons verder de stad in. Aan het begin van het centrum nemen we hartelijk afscheid van hem en rijden verder richting Sint Pieter. Het is 11 uur als we het Sint Pietersplein oprijden, afstappen en elkaar omhelzen. Gehaald, we hebben het gehaald!!

Rome, we zijn er!!!
Wat zijn we blij en dankbaar. Met name dankbaar, omdat we veilig en gezond onze tocht hebben volbracht. Emoties drijven naar boven. Ook daar even de tijd voor nemen. Dankbaar ook voor alle aandacht, energie, gebrande kaarsjes en lieve wensen die wij in de loop van onze reis van zovelen hebben mogen ontvangen. Zonder die aandacht en energie zou het veel moeilijker zijn geweest. Dat staat voor ons vast!
Een jong Nederlands stel maakt foto's van ons. We maken een praatje met een Belgisch echtpaar, dat geïnteresseerd is blijven staan en komen onze buren, Corrie en Leo, van de camping tegen. Ook zij zijn fietsend vanuit Nederland naar Rome gekomen. Met twee jongens, Bas en Daan uit Purmerend, voeren we nog een leuk gesprek en Wim staat nog even te praten met een Zwitser die ook op de fiets naar Rome is gekomen. We blijven een uur op het plein praten en genieten en zoeken dan de schaduw op om even alle indrukken te laten bezinken. Wat een ervaring!
We zijn er, we hebben genoten van elk moment, ook al was het soms best zwaar. Dit was onze kruistocht in fietsbroek. We hadden het niet willen missen. Het heeft ons enorm gesteund te weten, dat zoveel mensen met ons meeleefden. Daarvoor onze welgemeende dank!! Zo is onze tocht iets van ons allemaal geworden. De sponsormeter staat inmiddels op € 8000,00. We hopen van harte dat wij, met onze prestatie, nog meer mensen motiveren om daar een nog hoger bedrag van te maken, om   kansarme kinderen in India een meer kansrijke toekomst te bieden.
Wij gaan nu een paar dagen van Rome en onze rust genieten en hopen velen weer te ontmoeten nadat wij zaterdag 28 augustus zijn thuisgekomen.

Lieve en sportieve groeten van Stanny en Wim

dinsdag 17 augustus 2010

Rome, veeg je plein maar schoon, wij komen

Maandag 9 augustus. Wij...... gaan...... naar ......... Pisa toe, Wij gaan naar Pisa toe. Ja! ..... maar niet op de fiets. Pisa ligt zo'n 80 km naast Florence en dus niet op de route. Toch willen we, nu we zo dichtbij zijn, ons deze kans niet voorbij laten gaan. De kilometers beginnen hun tol te eisen en ons lijf heeft meer rust nodig. We nemen de trein naar Pisa om dit wereldwonder te gaan bezoeken. Onze eerste indruk van die stad, of eigenlijk, dat plaatsje, is: 'nou, als dat nu alles is?' Rustig, klein en helemaal niet wat je ervan verwacht zou hebben. We lopen, vanaf het station in de richting, waar het dan moet zijn en stuiten opeens op een enorme mensenkluwe, die blijkbaar met busladingen vol, via andere wegen zijn aangevoerd. We staan dan op het Piazza del Miracoli, daar waar de Duomo, de Battistero en het scheve torentje staan, en nog tientallen kraampjes met allerlei prullaria. Maar goed, oké, die toren staat daar en .... hij staat inderdaad behoorlijk scheef. We kopen meteen een toegangskaartje, zijn dan pas twee uur later aan de beurt, om die toren te beklimmen, maar kunnen dan wel alvast de Duomo en de doopkapel in. In die doopkapel of Battistero hangt een geweldige akoustiek, iets dat door een plaatselijke zanger nog wordt beklemtoond. De Duomo is werkelijk de moeite waard. Wat een geweldig bouwwerk, met een prachtig gebeeldhouwde preekstoel van Pisano, de naamgever van deze plaats.

Buitengekomen blijkt het nog drukker te zijn geworden. Hele hordes mensen laten zich in allerlei houdingen, t.o.v. de toren, fotograferen. Zo ook wij natuurlijk. Best leuk, helemaal als je, om het beste resultaat te kunnen bereiken, daarvoor op het grasveld moet gaan staan en er een gifkikkerig agentje op een snerpend fluitje begint te blazen om al die toeristen daar weer vanaf te jagen. Als hij klaar is aan de ene kant, staat het weer vol aan de andere kant. Een werkelijk volksvermaak. (of is hij doorvoor ingehuurd?). De toren is gebouwd in 1173 op een zandbodem.  In 1248 stond hij al 90 cm uit het lood. De bouw is pas in 1350 voltooid, maar toen was de slagzij al 1.45 m. In 1990 werd de toren gesloten, omdat hij te gevaarlijk werd om te beklimmen. Hij stond toen 4.50 uit het lood. Met behulp van moderne technieken en door verzwaringen met lood aan te leggen, is het nu weer verantwoord om hem open te stellen voor het publiek.

Tijd dus om DE toren te beklimmen! Nou, dat valt niet mee. Met al onze klimervaring tot dus ver, is dit weer een nieuwe ervaring. Je merkt echt dat die toren scheef staat als je omhoog klimt. Het ene moment loop je aan de binnenkant van de trap omhoog om daarna weer aan de buitenkant van de trap verder te klimmen. Je kunt het goed zien aan de uitgesleten delen van de traptreden. Boven gekomen stap je naar buiten en voel je ook heel duidelijk dat je scheef staat. Geen pretje voor mensen met hoogtevrees. Het naar beneden lopen blijkt nog moeilijker te zijn, mede door de uitgesleten en gladde treden. Je moet een beetje naar achteren hangen om in evenwicht te blijven. Het is even wennen, maar wel een leuke belevenis.
We besluiten om in Pisa te gaan eten. Het wordt een lokaal restaurantje, dat wordt gerund door een stel uit India. Het is meer zelfbediening dan service aan tafel, maar wel erg ontspannen en heel vriendelijk.

10 Augustus. De dinsdag begint rustig. Wim gaat de fietsen schoonmaken en onderhouden, Stanny bezoekt nog enkele bezienswaardigheden w.o. het Palazzo Pitti, waar ze een prachtige tentoonstelling van
Caravaggio bezoekt en de vertekken van de familie De Medici gaat bekijken. Wat een pracht en praal!!

Onderweg naar het hotel lopen we elkaar pardoes in de armen bij een leuk koffietentje op het plein van de Duomo. Het moest zo zijn!! Na onze middagrust gaan we de stad weer in. Het blijkt de feestdag van de H. Laurentius te zijn. Laat nou de dichtsbijzijnde kerk de Lau.... Je snapt het al. Om de kerk heen is een groot podium opgericht. Daar zal vanavond een concert worden gegeven en verder zijn er tafels en banken neergezet, waaraan je, tegen een redelijk tarief, rond 22uur gezamenlijk kunt eten. Dat eten doen we niet, maar zo'n concert willen we wel eens meemaken. Om 21.00 uur moet dat beginnen. Tegen 20.30 stroomt het plein al vol. Wij vinden een plekje op de trappen van de kerk, vlakbij het orkestpodium. Goede plek, maar wel hard voor onze afgetrainde billen. Maar oké, niet zeuren. Het orkest begint in te spelen om half 10, waarna er eerst een aantal hoogwaardigheidbekleders zo nodig hun verhaal moeten doen en dan nog eens het thema van het concert wordt uitgelegd. Dit blijkt het stuk Pinokkio te zijn. Dus eerst het hele verhaal van die houten langneus, voordat we ook maar iets aan muziek te horen krijgen. We houden het vol tot aan de eerste twee muziekstukken, komen dan, zo goed mogelijk onze stijfheid verbergend, overeind en bewegen ons houterig (past wel bij dit stuk) tussen het publiek door in de richting van ons hotel. Hoedjewip, wat een avond!

Hoera, woensdag 11 augustus, we gaan weer fietsen. Onze bovenbenen voelen weer normaal, dus dat belooft wat. Vandaag staat de rit naar Siena op het programma. Om Florence uit te komen heeft Wim een andere weg uitgezocht, Deze blijkt inderdaad sneller en minder gecompliceerd te zijn, dus pure winst. En dat hebben we nodig. Wat een klimwerk in deze etappe. Er lijkt geen einde aan te komen.

In het plaatsje Castellina in Chianti, een gezellig toeristenstadje in het midden van de Chianti is het voor ons tijd om even op adem te komen en wat te drinken. We zoeken een geschikte plek om af te stappen, kijken in het rond en wie staat daar langs de weg, Gerard uit Breda. Nadat we hem in Trento voor de eerste keer tegenkwamen en hem ook in Florence al tegen het lijf liepen, komen we hem nu voor de 3e keer tegen. Hij wilde hier overnachten, maar het is hier vreselijk duur, dus zoekt hij een manier om naar de volgende plaats te komen. Bijzonder toch als je ieder zo je eigen weg naar Rome gaat en de wegen elkaar steeds kruisen.
Siena ligt veel hoger dan Florence en ook de weg er naar toe is vele keren steiler dan we daarvoor hebben meegemaakt. Dit is dus écht het middengebergte, de Apennijnen.
Na 68 km komen we het bord Siena tegen en moeten dan nog een paar kilometer klimmen om in de binnenstad te komen. Snel naar de toeristinfo en ook hier weer geen probleem om een goed onderkomen te vinden. We rijden eerst door naar het bekende schelpvormige plein van Siena, de Campo. Deze is helemaal in gereedheid voor de Palio. De grote
paardenrace, die in juli en augustus plaatsvindt. De buitenring van het schelpvormige plein is voorzien van aangestampt zand en de tribunes staan opgesteld tegen de gevels. Oké, een stukje geschiedenis dan. De Palio is de beroemdste en kortste paardenrace ter wereld. Sinds de 13e eeuw wordt hij jaarlijks gehouden op 2 juli en 16 augustus en gaat het sinds de 16e eeuw om drie rondjes om de Campo. Er is plaats voor tien ruiters. Dit is een selectie uit de ruiters van de verschillende contrades. De stad telt 17 wijken (contrada). Elk heeft zijn eigen vaandel, kleuren,  lied, wijkgebouw, beschermheilige, totumdier en noem maar op. Hoe meer de dag van de race nadert, hoe sterker elke contrade zich profileert. In elke contrade hangen de eigen vlaggen aan de gevels en dragen de bewoners de kleuren van hun contrade, d.m.v. een zijden sjaal. Ook de lamphouders aan de gevels zijn geschilderd in die kleuren. Trommelaars en vaandelzwaaiers oefenen dagelijks. 
De jeugd, die een bepaalde rol speelt in het feest, wordt in breefings uitgelegd wat de regels zijn. Kostuums worden op maat gemaakt en dat alles per contrade. De piste op de Campo wordt elke ochtend geprepareerd met water en opnieuw aangestampt. Welke contrade mag strijden wordt bepaald door het lot. De jockeys rijden zonder zadel, in vol galop en beschikken slechts over een zweep, waarmee ze zonodig een rivaal of diens paard een optater mogen geven. Het is overigens het paard dat wint. Het maakt niet uit of de ruiter wel of niet op het paard zit. De winnende contrade ontvangt de 'palio', een zijden banier. Al dagen van te voren kun je de spanning voelen.
We blijven hier nog een dag om de rest van de stad te kunnen bekijken. Zoals de prachtige Duomo en Battistero. Hoewel erg heuvelachtig, is binnen het centrum, alles op loopafstand. Als wij in de avond terug komen bij ons hotel, is er in onze contrade een gezamenlijke maaltijd bezig, met veel gezang van strijdliederen. Leuk om de aanloop naar dit feest mee te maken, maar wij willen verder.

Vrijdag 13 augustus, op tijd op de fiets en na even dalen meteen weer in de klim. Oei, de spiervezeltjes in onze bovenbenen moeten weer in de plooi gezet worden. Het landschap verandert. We fietsen langs de Crete, een wonderlijk, naakt landschap, waarin de welhaast erotische rondingen van Moeder Aarde goed zichtbaar zijn. Het lijkt soms een maanlandschap. Geen zon en de wolken stapelen zich in de verte op. Het is een echt heuvelachtig geheel, met veel dalen en klimmen. Er is een duidelijk verschil tussen het fietsen in de Alpen en in de Apennijnen. De Alpen steek je dwars over in twee dagen. Oké, zwaar, maar dan heb je het gehad. De Apennijnen steek je bijna in de lengte door. Dagen lang klimmen en dalen met veelal percentages tussen 5 en 10 procent. Telkens als je denkt dat je boven bent, dient de volgende bocht zich aan en klimt het verder. Dit is zowel lichamelijk als mentaal veel zwaarder. Dit komt op uithoudingsvermogen en karakter aan.
Donkere wolken pakken zich samen en het gerommel komt steeds dichterbij. Vlak na het plaatsje Buonconvento, als we in een klim van 7 km zitten, breekt het onweer los. Met bakken komt het naar beneden en het weerlicht aan één stuk door. De ene staafbliksem volgt de andere op en de knetterslagen komen soms van twee kanten tegelijk. Werkelijk beangstigend. Geen herberg of schuilplaats in de buurt, alleen maar bomen en struiken. Dus .... doorklimmen naar Montalcino. Soppend in onze schoenen en druipend, kloppen we aan bij een B&B. Een aardige Engelssprekende dame wijst ons haar mooiste kamer. Wij voelen ons bezwaard om haar onderkomen zo te betreden. Zij staat er echter op, dat wij deze kamer betrekken en helpt ons met onze, nog nadruipende tassen, naar boven te sjouwen. Wonderlijk zoals douche en slaap je gesteldheid kunnen veranderen. Het weer is opgeklaard, tijd om het plaatsje te verkennen. Montalcino is het centrum van de Brunello wijnen. Dat hebben wij wel verdiend. Bij een wijnwinkel proeven we verschillende soorten rode, robuuste wijnen. Deze stevige wijnen zou je niet in Italië verwachten. 's Avonds bij het diner laten we ons deze streekwijn, als begeleider van de gnocchi (kleine knoedels van aardappel en bloem) en polenta (gerecht van mais- of kastanjemeel), goed smaken.

Na een goede nachtrust en een hartelijk afscheid van het echtpaar rijden we vandaag, zaterdag 14 augustus, Toscane uit, met 2153 km op de teller. Echter niet, voordat we nog de nodige hoogtes hebben overwonnen. Dat wordt dus weer veel schakelen. Volgens het routeboekje klimmen we vandaag ongeveer 1200 meter en dalen we er 1035. Stanny heeft inmiddels ook haar draai gevonden in het afdalen. Extra steun bij het klimmen vandaag is de wetenschap, dat we via internet hebben vernomen dat wij nieuwe, grote donaties hebben gekregen. Dit brengt het totaal van onze sponsoractie op reeds € 8000,00. Op naar de 10duizend!!
Voor de cryptologen onder ons het volgende: We klimmen naar de `Vleugelburcht". Wie ons als eerste de juiste naam opgeeft weet zich verzekerd van een lekkere fles wijn, zodra wij terug zijn.
Het weer is van slag, geen zon, veel wind en door onze bezweten lijven voelt dat erg koud aan. In Arcidosso is het tijd voor de lunch en halen een broodje kebab. Net als we binnen zijn, breekt er een hoosbui los. Verplicht blijven we schuilen. Een groepje Duitssprekende, Italiaanse Turken spreken ons aan en melden ons dat het vandaag niet meer droog wordt. Die indruk krijgen wij ook al. Na 34 km stranden we dus. In regenjack met weggooiponcho eroverheen, gaat Wim op zoek naar een hotel o.i.d. We komen terecht in hotel Toscane. Vergane glorie, maar we hebben een slaapplek en ... onze fietsen mogen we in de leegstaande eetzaal stallen.

Zondag 15 augustus. De zon piept voorzichtig tussen de gordijnen door, dus snel aankleden en tassen inpakken. Het ontbijt geeft ons het gevoel in een voormalige jeugdherberg terecht te zijn gekomen. Lange tafels en zelfbediening. Niet gisteren, maar vandaag rijden we dan toch Toscane uit. De bedoeling is ongeveer 55 km te rijden. Bij een fel klimmetje, vlak bij onze koffiestop, springt de ketting van Stanny d'r fiets verkeerd en blokkeert. We voeren een noodreparatie uit en nu blijkt hoe belangrijk het is dat je voldoende materiaal bij je hebt en goed bent voorbereid. Na een kwartiertje is de zaak gefixt en drinken we gezellig koffie aan de bar.

In de dorpjes, waar we doorheen komen is het een gezellige boel. De Italiaanse zondagmiddag wordt in gezinsverband en op dorpspleintjes met elkaar gevierd. Veelal zien we ook kermisattracties voor de kinderen terwijl de ouders zitten te praten en water en wijn drinken. Wij bekijken dit met genoegen, nemen een slok uit onze bidon, eten een appel en fietsen verder. We dalen af het tufsteengebied in (Area del Tufa) richting Lago di Bolsena, het grootste kratermeer van Europa.We zoeken een overnachtingsplek voor we het meer bereiken. Voor vandaag is het klimmen weer voldoende geweest. In Onano zoeken we ons een slag in de rondte, maar kunnen geen adresje vinden. Dan maar door naar Grotte di Castro. Alles uitgestorven na middagmaaltijd en dit plaatsje ligt nog maar 10 km van het meer vandaan. We dalen verder af naar het meer. Goed opletten, want de weg is verraderlijk slecht met, zeker in de bochten, los steenslag en gaten of spleten. Dit komt weer aan op concentratie en stuurmans/vrouwskunst. Aan het meer is het een gezellige drukte. Veel dagjesmensen zoeken hun vertier en verkoeling op het smalle zwarte lavastrand. Wij zoeken een plek om te overnachten. Die 55 km zijn we allang gepasseerd en onze benen beginnen in opstand te komen. Eerst maar wat pep in de klep met een blikje cola. Hup verder langs het meer. Het fietst best leuk, we horen in de rietkraag de vogels zingen en realiseren ons dat we dat al een poosje niet meer hebben gehoord. We gaan door naar het volgende plaatsje, maar krijgen eerst nog een klimmetje van 16 procent. Lopen dus, het is gelukkig maar een kort stukje. In Capodimonte, een echt touristen plaatsje, zit alles vol, zelfs geen plek in de herberg. Er blijft niets anders over dan door te gaan naar het plaatsje Marta. Geen plek in B&B, geen plek in een klein hotel. Hoe is het mogelijk. Nou heel eenvoudig..... 15 augustus is een van oorsprong christelijke feestdag die de moderne Italiaan gebruikt om gezellig met familie buitenshuis door te brengen. Vandaar die drukte en het is natuurlijk vakantietijd. We worden verwezen naar een vier sterren hotel. Ja, wel plek en onze fiets mag mee op de kamer. Joepie! De prijs laten we maar even voor wat het is, dat lost zich later vanzelf op. We zijn blij dat we een mooie slaapplaats hebben, want na 83 km zijn we dáár wel aan toe. Douchen en opknappen, het is al bij zevenen en we zijn toe aan een goede maaltijd. Die krijgen we in een prima visrestaurant. Na het eten lopen we terug via de boulevard, waar het nog gezellig druk is. Als een blok vallen we die avond in slaap.

Maandag 16 augustus worden we getracteerd op een stralende zon en een uitgebreid ontbijtbuffet. Stel je maar voor, cakejes, taarten in allerlei smaken, koffiebroodjes vers uit de oven, croissants met zoete vulling of rijk besuikerde buitenkant. O ja, en nog een klein knalhard wit kadetje met een plakje kaas of  prosciutto (Toscaanse rauwe ham). We laten het ons heerlijk smaken met vers fruit en vruchtendrankjes.

We hebben berekend dat we ruim in de tijd zitten en nog maar 150 km bij Rome vandaan zijn. Onze planning, om maandag 23 augustus in de loop van de dag aan te komen op het St. Pietersplein, halen we ruimschoots. Door een goede deal met het hotel besluiten we hier vier dagen te blijven. Zo scheppen wij rust voor onszelf en de ruimte en tijd om jullie te voorzien van onze ervaringen.
Na het ontbijt maken we een stevige wandeling langs het haventje en doen wat inkopen. Stanny skypet de familie rond en Wim verkent het dorpje verder. Aan het eind van de middag zoeken we een plekje in de haven en dineren daar op onze manier. Kaasjes, olijven, tomaatjes, wortel en brood overgoten met een smakelijk wijntje (bij de plaatselijke slager gekocht).

zondag 8 augustus 2010

Adriatische kust, de Apennijnen in en dan ... Florence

Zondag 1 augustus. We gaan Ravenna bekijken. In tegenstelling tot de steden die wij tot nu toe bezochten, is deze stad niet bekend om zijn Middeleeuwse of Renaissance bezienswaardigheden. Nee, deze stad staat bol van de vroegchristelijke en Byzantijnse mozaïeken, welke behoren tot de mooiste ter wereld. We hebben het dan over de tijd van de 4e tot de 7e eeuw. Een beetje geschiedenis willen we je niet onthouden. In de 1e eeuw na Chr. stichtte keizer Augustus de haven Classis naast de stad. Ravenna's bloeitijd begon in 402 nadat keizer Honorius zijn residentie verplaatste naar deze stad uit vrees voor de invallen van de barbaren. Echter in 493 veroverde de Ostrogotische koning Theodorik de stad en bracht deze tot grote bloei. Hij gaf opdracht tot het bouwen van de grootste monumenten, met name kerken en een doopkapel, en liet ze voorzien van prachtige mozaïeken. Hij was aanhanger van het arianisme, een stroming die de goddelijke natuur van Christus niet onderschreef. Vooral onder de Goten, Vandalen en Longobarden bleef deze stroming tot de 6e eeuw bestaan, ondanks dat het tijdens het eerste Concilie van Nicea (325) als ketterij was veroordeeld.
Waarom is dit nu zo belangrijk. Wel, omdat er een mooi verschil in beeldtaal is tussen de mozaïeken van de klassieke tijd en die uit de Byzantijnse tijd, die daarop volgde. Gelukkig is dat alles bewaard gebleven. Wij hebben (maar) vijf kerken uitgezocht om te bekijken en het mausoleum van Theodorik. We vallen van de ene verbazing in de andere. Zeker als je bedenkt dat de mozaïeken gemaakt zijn van steentjes van ongeveer een centimeter groot. Verbazingwekkend mooi en gedetailleerd.

Na de lunch is de laatste kerk aan de beurt. We dachten dat we al wat gezien hadden, maar dit slaat werkelijk alles. De Sant'Apollinare Nuovo is ook door Theodorik gebouwd, echter zijn de mozaïeken in de Byzantijnse tijd iets aangepast. Gelukkig niet veel, hier en daar een aureool en sommige beeltenissen zijn achter mozaïekgordijnen verdwenen.
Het geheel was zo mooi, we raakten er helemaal van ondersteboven.
Moe maar voldaan keren we terug naar het hotel en vallen als een blok in slaap.

Maandag 2 augustus maken wij tot een stranddag. Lido Adriano ligt op 10 km afstand. Wat is nou 10 km? Als we daar aankomen staan we voor een 'Zandvoort' in kwadraat. Kilometerslang strand en parasols. Wij huren twee bedden en een parasol en zijn voor de hele dag gesteld. Heerlijk gezwommen in de Adriatische zee (28 graden), lezen en plannen over de rest van onze reis.

Op dinsdag 3 augustus zitten we om 09.00 uur op de fiets terug richting Ferrare. We hebben een straffe wind tegen. Jammer want gisteren kwam de wind juist uit de goede richting. Maar goed, als Noord-Hollander ben je wind gewend, dus economisch rijden.
Onderweg stoppen we om een foto te maken van een Mariabeeld in een grot die bij een huis in de tuin staat. Meteen komt er een oudere dame uit het huis naar buiten en is verguld met het feit dat Stanny van haar Mariabeeld een foto maakt. Als ze ziet dat onze grote waterfles bijna leeg is, geeft ze ons een nieuwe fles water mee. We rijden niet door tot Ferrare, maar slaan eerder af om de geplande fietsroute weer op te pakken. We stappen na 57 km af in Portomaggiore. (Spreek dit eens 10 keer uit, dat is toch écht Italiaans?). Een redelijk stadje met een uitgebreide middenstand. We vinden dit een mooie plek om eens naar de kapper te gaan. Want het vele transpireren onder je helm blijkt de haargroei te bevorderen. Lekker gekortwiekt keren we terug naar ons hotelletje. We mogen gebruikmaken van de computer van het hotel om even onze mail te bekijken. Het sterkt ons enorm om te lezen hoeveel mensen met ons meeleven/-reizen. Hartverwarmend. Het hotel is ook een soort wegrestaurant/hotel voor arbeiders die in de buurt aan het werk zijn. Heerlijk no-nonsens gedrag en veel lol onder elkaar. De eigenaresse schotelt ons een heerlijke Italiaanse maaltijd voor, zo overvloeding dat er geen dessert meer bij kan. Het valt ons op dat er alleen op onze tafel een bloemetje is neergezet. Veel te vol gaan wij naar bed, terwijl de anderen nog verder genieten.

Het ontbijt op woensdag 4 augustus bestaat uit een volle schaal met zoete broodjes en een croissant met slagroom, tevens ontkomen we niet aan ons toetje. Tja, wat je 's avonds laat staan......
Vandaag pakken we een zijarm van de Po op. In deze etappe zien we weer veel akkerbouw, maar ook fruitteelt en wat wijnbouw. In de verte doemen de Apennijnen al op. Op kilometer 63 rijden we Bologna in.
Wat een drukke stad. Dit komt met name door dat het centrum niet autoluw is. Al het verkeer, groot en klein, dendert door het centrum. Wat een herrie en stank, zeker bij een temperatuur van 34 graden. Dit hebben we nog niet eerder in grotere steden meegemaakt. Bologna is bekend om zijn vele arcades (booggallereïen) en zijn twee scheve vierkante torens.
Een daarvan stond 3.20 mtr. uit het lood en is daarom, na 250 jaar, uit veiligheidsredenen in lengte gehalveerd. Als we ´s avonds in de universiteitswijk gaan eten, zitten we op een terrasje met muziek, naast Bernadette en Nick uit Nieuwkoop. Zij volgen de Reitsmaroute naar Venetië. Na een poosje met hen gesproken te hebben blijkt het dat wij gemeenschappelijke vrienden hebben. Meteen wordt er met deze vrienden geSMSt. Leuke reacties volgen. We nemen afscheid van elkaar, wetende dat we morgen de Apennijnen in gaan. Wie weet..

Als we wakker worden regent het en belooft donderdag 5 augustus onze eerste natte dag te worden in vijf weken. Na het ontbijt is het droog en klaart het wat op, dus rijden. Aan de voet van de beklimming begint het echter weer te regenen. Even een buitje, dus schuilen we onder de bomen. Het blijft maar regenen en ook het onweer komt steeds dichterbij. Na twintig minuten stappen we toch maar weer op om te stoppen bij het eerste de beste café voor koffie. Wie zitten daar ?? Bernadette en Nick waren nog net voor de bui gestopt. Het plenst inmiddels behoorlijk, dus nog maar een bakkie. Na ruim anderhalf uur stappen we toch maar weer op, het regent iets minder hard en het onweer is voorbij. Regenjack aan en karren maar.
Als Wim een bergweidje passeert ziet hij twee herten, op twintig meter afstand, staan grazen. Ze kijken op en lopen iets meer naar de bosrand toe. Gelukkig is Stanny ook op tijd om ze te zien en als zij Stanny zien, zijn zij zo verrukt over het aanblik dat zij blij een sprongetje maken en het bos in verdwijnen. Terwijl het gisteren nog 34 graden was, is inmiddels de temperatuur gezakt tot 13 graden. Dat is echt koud, helemaal als je ook nat bent, zowel van de regen als van het zweten. Want, dat zou je haast vergeten, het gaat wel op en af, variërend van 3 tot 11 procent. In de middag is Wim koud, nat en moe en strijken we bij een restaurantje neer. Gauw naar binnen en omkleden. Lunchen. De keuken blijkt al dicht te zijn, de moeder ziet ons aan en maakt alsnog een panini (dikke tortillia) met beef en  salami. Ze zijn warm, dus knappen we daar lekker van op.
We passeren de Passo di Raticosa (968 mtr.), dalen dan af om daarna weer te klimmen. Zo gaat het verder, dat zijn de Apennijnen. Aan het einde van de middag besluiten we de eerste gelegenheid te pakken om te overnachten. Dat wordt een agriturissimo 200 mtr. van de weg af. Na een km. afdalen hebben we hem nog niet gevonden. Bij navraag moeten we weer omhoog naar de weg, want daar vandaan is het nog 200 meter verder. We zijn hem nooit tegengekomen en rijden door naar Traversa, een klein bergdorpje, waar we in een albergo een plekje voor de nacht vinden. Het blijkt tevens het dorpscentrum voor ouderen te zijn, met diner en bingo. Als wij ons hebben opgeknapt breekt er een noodweer los en slaat de bliksem, tot twee keer toe, vlakbij het dorpje in. Gelukkig geen nare gevolgen. Over volgen gesproken....... Als wij net zitten te eten, stappen Bernadette en Nick het restaurant binnen. Gelukkig waren zij net voor de bui binnen. We praten gezellig weer wat bij en gaan vroeg naar bed. We hebben het wel gehad voor vandaag.
 
Vrijdag 6 augustus begint vochtig en koud. Veel laaghangende bewolking, maar ook hier en daar een stukje blauwe lucht. Op naar de Passo della Futa (902 mtr.)
Voor de rest van de dag spelen we haasje over met Nick en Bernadette, omdat we ieder ons eigen tempo in fietsen en rusttijden hebben. Het weer knapt op en het Toscaanse landschap dient zich aan. Mooie lanen met cipressen en verspreidt liggende huizen in Toscaanse stijl. Inmiddels is onze totaal teller de 2000 km gepasseerd. Even een moment om bij stil te staan. Het is nu alleen nog maar afdalen en al dalende krijgen we steeds meer prachtige uitzichten over de stad Florence. In het voorstadje Fiésole stappen we nog even af om rond te kijken. Het is een stadje met resten uit de Etruskische tijd. Ook zijn er nog resten van een Romeins theater uit de 1e eeuw na Chr. We zien hier Bernadette en Nick nog even en nemen afscheid van ze. Zij gaan naar de camping en wij rijden door naar het centrum van Florence. Wat een stad en wat een drukte. Bij het grote treinstation Santa Maria Novella moet ook de toeristeninfo zijn. Als we in die richting rijden komen we verschillende hotelletjes tegen. Laten we eens gaan vragen..... en bij de tweede is het raak. Ook weer mooi in het centrum en voor onze fietsen is er ook plaats, op het terras op de eerste verdieping. Geen lift dus sjouwen we ze de 25 mooie, brede marmeren trappen op en stallen ze op het terras. We knappen ons op en terwijl Stanny rust, hangt Wim de was op en gaat alsnog op zoek naar de toeristeninfo voor een plattegrond. Daarmee gewapend gaan we de stad in om ons al meteen te verbazen over de schoonheid van de verschillende kerken en gebouwen. We eten wat, maken ons plan voor morgen en gaan lekker slapen.

Zaterdagochtend op tijd uit bed, want wil je de mooiste bezienswaardigheden zien en niet in een lange rij komen te staan, dan moet je er vroeg bij zijn. Om half negen staan we in een al aardig groeiende rij voor de Duomo(Dom) om de koepel te beklimmen.
Deze Duomo beheerst met zijn geweldige koepel van Brunelleschi de stad. De kathedraal is een van de grootste ter wereld. Aan de binnenkant van de koepel is een fresco van het laatste oordeel aangebracht. De klim naar boven (634 treden) is de moeite waard. Je komt tot vlak onder het fresco en hebt, van dichtbij, een prachtig uitzicht op de vele verschillende taferelen. Verder voert de klim tot over de koepel aan de binnenkant van het dak naar het hoogste punt.
 Daar stap je naar buiten en kun je je vergapen aan het totale overzicht over de stad. Het is gelukkig helder weer, een mooi uitzicht dus.  Beneden op het plein bekijken we de bronzen deuren en andere opmerkelijke versierselen van dit imposante gebouw. Hierna kopen we een ticket voor de hop-on hop-of bus om zo snel op andere mooie plekken te komen. Vanaf de Piazzale Michelangelo hebben we een mooi uitzicht over de stad en de Ponte Vecchio. Met de bus naar Palazzo Pitti. Lopen we daar rond komen we Gerard tegen. In Trento hebben wij hem ontmoet. De wereld is klein. We lopen door naar de Ponte Vecchio. De bekende brug met zijn goud- en zilversmeden, waarna wij ons vergapen aan het moois en de beelden op de Piazza della Signoria. Te veel om op te noemen.  Het is inmiddels heel druk geworden en bij de verschillende ingangen van de paleizen staan enorme rijen. Wij blij dat we vroeg zijn begonnen, maar hebben het nu wel gehad.
We kopen een wijntje en wat eten en zoeken vanaf het terras in het hotel contact met het thuisfront.

Zondag 8 augustus gaan we weer vroeg op pad. Nu eerst naar het Casa Buonarroti, het huis waar Michelangelo heeft gewoond en waar nu een familiemuseum van is gemaakt. Heel interessant. We gaan weer naar het Piazza della Signoria om de nodige foto´s te maken, omdat het er nu nog een stuk rustiger is. De stad blijft ons verbazen, op elke hoek zie je wel weer iets moois, zo ook de fresco´s op de verschillende huizen. Na een heerlijk kopje koffie gaan we naar het hotel om deze aflevering te maken. Veel leesplezier!

maandag 2 augustus 2010

Arrivederci Adige ~ Piacere Po

Zondag 25 juli, wat later dan normaal, nemen we hartelijk afscheid van Marina en haar vriendinnen. Het was een prima adres om te verblijven http://www.bebalduomoditrento.it/ . Ook Marina sponsort ons en geeft Stanny nog een buff (zweetsjaaltje). We 'moeten' nog wat te drinken meenemen voor onderweg. Gelukkig zijn het kleine flesjes. Voorbij Trento verandert het landschap. Boomgaarden worden steeds meer afgewisseld door wijngaarden.

Vandaag ook weer een obstakel op de weg. Deze keer zijn het wegwerkzaamheden. Geen nood...., we worden gewoon via een wijngaard omgeleid. Onderweg raakt Stanny in gesprek met een Italiaans echtpaar op de racefiets. Ze zijn onder de indruk van onze tocht en willen er van alles over weten. Zo fietsen we een poosje met elkaar op. De vrouw van het stel is zo enthousiast geworden dat ze, al fietsend naast Stanny, pardoes uit het zadel vliegt en op de weg terecht komt. We schrikken ons een ongeluk, springen meteen van de fiets en schieten haar te hulp. Het blijkt gelukkig mee te vallen. Geen uiterlijke wonden, wellicht wat blauwe plekken. Waarschijnlijk heeft zij toen zij, in haar enthousiasme, haar duim op stak naar Stanny, gelijktijdig haar voorrem ingeknepen. In elk geval blokkeerde haar voorwiel en sloeg ze compleet over de kop. Nog wat beduusd nemen wij afscheid van ze. Tja, dat mensen zo onder de indruk zijn van onze tocht, dat ze zelfs voor ons een koprol maken met fiets en al, gaat ons toch wel iets te ver.
Na 61 km stappen we af in Rivalta, een klein plaatsje waar niets te beleven is. Mooie gelegenheid om vroeg naar bed te gaan.

Maandag 26 juli op tijd op. We verlaten vandaag de Alpen en willen een beetje op tijd in Verona aankomen.
Volgens onze berekeningen zitten we goed op schema qua kilometers en nog af te leggen afstanden. We moeten er in het komende deel rekening mee houden dat er veel bezienswaardige plaatsen volgen, waar we zeker tijd en dagen voor willen uittrekken. Hup, in het zadel en trappen. We rijden vandaag over een nieuw aangelegd fietspad dat onderdeel is van de EuroVelo. Dat is een route die loopt van Noord Italië tot in Sicilië. Een prachtig aangelegde route met van tijd tot tijd rust- en picknickplaatsen, soms zelfs voorzien van drinkwaterpunten.
Wat doen wij zo al onderweg. Waar hebben wij het over? Wel, naast het ons verbazen over de geweldige natuur en de mooie uitzichten, praten we natuurlijk over onze ervaringen en zaken die ons bezighouden. Ook vallen er nu en dan heerlijke stiltes en ben je lekker met je eigen gedachten bezig. Echter een groot deel van de fietsdag praten we ook 'fietserslatijn'. Juist in Italië komt dat goed van pas. Dat fietserslatijn bestaat uit een aantal uitdrukkingen zoals:"Putje, tegenligger, hobbel, paaltje, fietser achter, gat, auto en Jo`. Die laatste gebruiken we als één van ons iets achterop is geraakt en weer bij gekomen is, om aan te geven dat we het tempo weer op niveau kunnen brengen. Daarnaast gebruikt de voorste rijder nog de nodige handgebaren om gevaarlijke plekken in het wegdek of wandelende mensen aan te geven. Wim leest kaart en Stanny waarschuwt Wim, als er tijdens dat lezen een tegenligger komt of een onregelmatigheid in de weg te zien is. Op zijn beurt geeft Wim uitleg aan Stanny over de route, zeker in dorpjes is het goed dat ook zij weet, wanneer we naar links of rechts moeten afslaan. Zo werken we samen en dat heeft ons al een paar keer behoed voor een nare situatie.

We verlaten de Alpen, maar niet voordat we nog een laatste klimmetje moeten doen. Anderhalve kilometer 8 tot 10%. Vanaf het hoogste punt kijken we, met toch wel een beetje weemoed, terug op de bergen en richten dan onze blik zuidwaarts. Op naar de Po-vlakte. Het is inmiddels al weer aardig heet geworden, zo´n 35 tot 38 graden. Ook staat er een behoorlijke wind. Dit samen zorgt ervoor dat we het gevoel hebben of er een föhn op ons staat te blazen. De laatste dagen hebben we dat al meer ervaren, zeker zo na 14.00 uur.
Bij een picknick-waterplek vullen we onze bidons en lunchen we. Hier ontmoeten we een groepje Italiaanse pensionado´s die op de racefiets aan het toeren zijn. Uiteraard vragen ze aan ons waar wij naar toe gaan. Ons vlaggetje maakt al duidelijk dat we uit Nederland komen. Vol ongeloof horen ze ons aan, pas als ik het Reitsmaboekje met de route laat zien ontstaan de Oh´s,  Ah´s en Bravo. Een van de mannen moet nog even Wim zijn fiets proberen op te tillen. Met een blik vol ontzag zet hij hem weer snel neer. `Hiermee over de passen gegaan?`
Om even na 14.00 uur rijden we Verona binnen. De eerste drie stellen die wij tegenkomen zijn Nederlanders. Net als in Trento is het of je in Amsterdam loopt, tussen het Nederlands hoor je ook een andere taal. Alsof heel Nederland in Italië op vakantie is. Je pikt ze er zo uit. Van één van hen krijgen we een plattegrondje, zodat we ons wat kunnen oriënteren. Op het plein bij de Arena aangekomen zoeken wij de toeristeninfo. Het moet hier ergens zijn, maar waar? Stanny ziet twee meisjes naar onze fiets wijzen en spreekt ze aan in het Nederlands en ....Ja, hoor. Ze kunnen het maar moeilijk geloven dat wij op de fiets vanuit Nederland naar hier zijn gereden. Eén van hen noteert meteen ons weblogadres. Leuk al die reacties.

Als we de toeristeninfo hebben gevonden, hebben we binnen een kwartier een goed hotel in het centrum en .... kaartjes voor opera Aïda voor morgenavond in de wereldberoemde Arena. Nu maar hopen dat het droog blijft. Na het opknappen en rusten drinken we tegenover de Arena een biertje. Ons duurste biertje ooit, maar wel heel bijzonder!!
We maken nog een rondje door de stad, echt de moeite waard. Bij de bibliotheek halen we een inlogcode voor het openbare wifi-netwerk, zodat we, in de daarvoor aangegeven zõnes, van internet gebruik kunnen maken. Darrna gezellig eten en ... Trust.

Dinsdag 27 juli de dag om .... de fietsen weer eens op te knappen. En dat is nodig ook. Gelukkig zit alles nog op zijn plek en draait het, na schoonmaak en smeren, weer moeiteloos. Spaken op spanning, banden hard en de ketting schoon en in de olie. Stanny zoekt inmiddels, op een bankje in het nabij gelegen park, via internet het verhaal over Aïda, zodat we weten waar het spektakel vanavond over gaat. Via de mail vernemen we dat Greet, de collega van Stanny, met het uitlopen van de 4-daagse van Nijmegen, een bedrag van  650euro voor ons project bijelkaar heeft gelopen. Greet, je bent geweldig !!! Chapeau !! Grazie mile !
We gaan op stap naar de Basilica di San Zeno Maggiore. San Zeno, geboren in Afrika, was bisschop van Verona en is de patroonheilige van de stad. Een prachtige kerk met mooie fresco´s. Bij het binnenkomen wordt je aandacht meteen gevangen door de grote, met bronzen panelen, beslagen deuren uit de 11e eeuw.
Verder is er een mooie crypte en een altaar uit de Renaissance tijd. Vervolgens bezoeken we het Castello del Buonconsiglio. Dit was van 1250 tot 1803 de residentie van de regerende prins-bisschoppen. Hoogtepunt in dit kasteel is de frescoserie die per maand het werk van de boeren in detail uitbeeldt, terwijl de edelen schone jonkvrouwen het hof maken en zich met jacht of riddeltournooi bezighouden. In de avond kleden we ons om en gaan op weg naar de Arena. Het is er al een drukte van belang. Voor de verschillende ingangen staan stalletjes waar je zitkussentjes kunt kopen en politie, brandweer en ambulances staan paraat. Dat belooft een spannende avond te worden. We worden door een hostes naar onze plaats begeleid en kijken vol verbazing in het rond. Het Romeinse amphitheater uit de eerste eeuw na Chr., lijkende op het Colosseum in Rome, maar dan met twee verdiepingen, stroomt langzaam vol. Een werkelijk schouwspel. In totaal kunnen hier 22.000 mensen in. Vanwege het grote decor zullen dat er vanavond maar zo´n kleine 10.000 zijn.  De traditie van operavoorstellingen in de Arena begon in 1913 met een voorstelling van de Aïda ter herdenking van de 100ste geboortedag van Verdi. Het is een zwoele avond. Om precies kwart over negen  begint de ouverture. Wat een bezetting aan orkest en stemmen (500 artiesten). Vanwege de geweldige akoestiek is er geen geluidsapparatuur nodig.

Het is een ware belevenis om dit, tussen de vaak lyrisch wordende Italianen, mee te maken. Vooral aan het einde van een acte vliegen de ´Bravi´s en Brava´s door de Arena. Ook is het een koddig gezicht om de dirigent, in het vuur van zijn enthousasme achter zijn partituur te zien staan springen, om alles uit zijn orkestleden en de zangers te halen. We zijn echt geboeid. Het toppunt voor ons is het moment waarop, halverwege de tweede acte, de volle maan verrijst boven de Arena, uitgerekend precies achter de piramide van het decor. Een prachtige combinatie van cultuur en natuur. Voor ons kan de avond niet meer stuk!!

Woensdag 28 juli stappen we, na een kort nachtje en veel mooie ervaringen, om half 10 op de fiets en pakken de route weer op. Echter door verschillende wegwerkzaamheden en omleidingen raken we het spoor bijster. Een vriendelijke man op een fiets probeert ons de weg te wijzen. Uiteindelijk gebaart hij dat we hem maar moeten volgen. Met een snelheid van 21 km-p.uur loodst hij ons door de stad en zet ons op de route. Dank en chiao. Na Verona blijken de mooie fietspaden nog niet te zijn aangelegd. We volgen nu binnenwegen en landweggetjes, maar blijven de Adige volgen. Het vlakke boerenland, met hier en daar een kanaaltje, komt ons bekend voor. Montagnana wordt ons doel vandaag. Een rustig stadje dat nog geheel wordt omsloten door indrukwekkende middeleeuwse stadsmuren met maar liefst 24 torens en 4 stadspoorten waarvan 2 versterkt zijn met een kasteel. Geweldig om te zien. Het stadje zelf valt echter tegen, slecht onderhouden gebouwen en aan de wegen is sinds de middeleeuwen niets meer gedaan. Wat een gaten en hobbels. Buiten het stadje vinden we een leuke albergo(herberg) waar we een heerlijke Italiaanse maaltijd voorgeschoteld krijgen in drie gangen.

Donderdag 29 juli worden we verrast met een echt Italiaans ontbijt. Een croissant met zoete vulling en een cappucino. Nou ja, onderweg komen we wel een bakkertje tegen. We nemen afscheid van de Adige en doorkruisen nu het vlakke Polesine. In Fratta Polesine, een klein plaatsje, staan zes grote Venetiaanse villa´s uit ongeveel 1560. Op een marmer bankje voor villa Badour en naast villa Molin gebruiken we onze lunch. Een mooie plek om even je verbeelding te laten spreken. De adel moet hier op hoge stand hebben geleefd.
Als Stanny d´r dagelijkse vogeltje heeft gebroken en Wim zijn sudoku heeft gemaakt stappen we weer fris op ons stalen ros en klepperen weer verder. Enkele kilometers voor Ferrare stuiten we op de rivier de Po. De langste rivier van Italië. Was de Adige een snel stromend riviertje, de Po is weer zo´n echte brede waar scheepvaart op plaatsvindt.

Na 83 km komen we in Ferrare aan en ontvangen van boven een kleine z(r)egening. Deze stad kenmerkt zich door een middeleeuwse kern met meerdere burchten en smalle bochtige straatjes, terwijl daarbuiten in de Renaissance ontworpen uitbreidingen met brede straten, groene open ruimten en weelderige pleinen. Heerlijk om doorheen te dwalen. We hebben een mooi hotel, dus een goede plek voor een rustdag.

De vrijdag, 30 juli, begint met een uitgebreid ontbijtbuffet. Veel fruit, Mmmmmmm. Daarna de stad in. We stuiten meteen op het theater dat te bezichtigen is. Wij naar binnen. Sprookjesachtig! Verder naar de Dom(Duomo) met een deels Lombardisch-Romaanse en deels Gotische voorgevel.

Lekker gedwaald door de stad en verschillende paleizen bekeken. Op onze terugweg worden we getrokken door muziek. Op het grote plein staat een twintigtal jongeren te spelen op blaas- en trommelinstrumenten en vermaken het publiek op komische wijze. Knap hoor bij een temperatuur van 35°. Stanny verrast Wim op een uitgebreide Italiaanse lunch in een mooi restaurant. Toppie!


Zaterdag 31 juli fietsen we van Ferrare naar Ravenna. Een ingelaste trip omdat we ruim in de tijd zitten en deze stad echt de moeite waard vinden. Hup 90 km oostwaards door de Povlakte. Eindeloze akkers met mais, bieten, meloenen, tomaten en stoppelvelden van geoogst graan. Veel kanaaltjes voorzien de akkers van het nodige water, dus geen beregeningsinstallaties! De tomatenoogst is gaande. Deze tomaten groeien dicht bij de grond en worden machinaal geoogst.

Op een smal weggetje worden we voorbijgereden door zes grote 20tons vrachtwagens, afgeladen met tomaten. In elke bocht liggen er tomaten in de berm. Verder fietsen we door een mooi natuur-vogelreservaat, dat eindigt met een dijkje en een heus pontje. Kan het nog Hollandser?? Na de oversteek lunchen we onder de bomen in het gras. Rond 16.00 uur komen we in Ravenna aan, knappen ons op, rusten wat en gaan de stad in.
Hoe we dit hebben ervaren vertellen we in ons volgend verslag.