woensdag 31 augustus 2011

De helft voorbij .... over heuvels en door dalen

Fantastisch, wat een tocht maken wij en wat zien we veel! Inmiddels zijn we neergestreken in een voormalig kasteeltje, Domaine Deboisset http://www.domaine-deboisset.com/, in St. Ambroix. Een prachtige locatie met mooie kamers en aardige mensen. We hebben al 1646 km gereden en hebben er nog steeds plezier in. Toch hebben we twee keer enorm moeten afzien en in beide gevallen speelde het weer een belangrijke rol. Daarover later meer. De sponsoring van het project loopt gestaag door. Ook onderweg ontvangen we hier en daar een donatie en al het geld aan fooi, dat we eigenlijk zouden geven, gaat rechtstreeks in de 'pot'. Het bedrag tot nu toe aan sponsering is € 3300,00. Dat is bemoedigend. Daar kunnen we een goede start mee maken. Vanuit de Beaujolaisstreek zijn we zuidwaarts gefietst om Lyon heen. Daarbij verlieten we het Saonedal, klommen over de heuvels en daalden af naar het Rhônedal. En dat allemaal tussen de wijngaarden door. De druiven zijn nu volop aan het rijpen en smaken heerlijk. Elke dag een trosje, nog warm van de zon, direct
van de wijnrank in je mond. Top! Daarna hebben we de Rhône links laten liggen en zijn, via de Vivarais, van boven naar beneden door de Ardèche gereden. Een prachtig gebied, dat je ziet veranderen hoe zuidelijker je komt. De heuvels maken plaats voor rotsformaties en de beklimmingen worden langer. Echter het weer wordt ook steeds warmer en dat is iets, om danig rekening mee te houden. De wind hebben we, al vanaf het begin van onze fietstocht, nog steeds tegen en vanaf Macon is daar een nieuwe factor aan toegevoegd. Een temperatuur,in de middag, van rond de veertig graden. Die combinatie maakt, dat je het gevoel hebt, dat er na 13.00 uur een blower wordt aangezet op standje vijf en waar een föhn aan wordt toegevoegd. Die harde, hete wind trekt alle vocht uit je lichaam en maakt het fietsen een ware uitdaging. Vandaar dat we een paar keer eerder zijn gestopt en ons toevlucht hebben gezocht in een prettig onderkomen, met koel helder ….. (maak zelf het verhaaltje af en kleur de plaatjes). Helaas lukt dat niet altijd. Vanuit Villefrance willen we, na zo’n 65 km, overnachten in Mornant. Maar ja, ook de Fransen gaan op vakantie, sluiten hun hotel en …. Daar staan we voor een gesloten deur. Oké, de dame van de toeristeninformatie weet wel raad. Er is een ander hotel, groot, met een restaurant, dat altijd open is en zeker plaats heeft. Het ligt vijf kilometer richting Lyon, aan een drukke weg. Dat betekent een stukkie terug. Maar oké, we hebben de hele dag gefietst en met die warme wind daarbij hebben we het wel gehad. Heuveltje op, heuveltje af en stoppen bij het grote hotel. Dicht!! Op vakantie gedurende augustus. Hoe verzin je het. Bedankt toeristenjuf!! We besluiten dan maar, via de grote weg, dat is het kortste, naar het eerstvolgende plaatsje op onze route door te rijden. Ruim tien kilometer verder. In dat plaatsje, Rive de Gier, zijn in elk geval twee hotels aan de rand van de stad en nog een paar in het stadje. Dat moet toch gaan lukken! Op de pedalen dus, heuvel op en heuvel af, tussen het grote verkeer met al die stinkende uitlaatgassen. Druipnat komen we bij het stadje aan en ….. blijken de beide hotels vol te zijn. Dan knapt er wat. Moe, nat en op, ploffen we op het terrasje van het tweede hotel neer. Ja, de dame achter de tapkast weet nog wel een ander hotel. Tien kilometer verder. Grumpfff .. Stoom begint er uit onze oren te komen. Dat trekken we niet. Het is inmiddels zes uur geweest. We rijden door naar het stadje en zoeken de andere hotels. Heen en weer …. heen en weer, maar geen hotels zoals er in onze beschrijving vermeldt staat. Wel de nodige extra kilometers. Zullen we maar de trein nemen? Bij het station stappen we af en besluiten eerst wat te gaan eten bij een ‘shoarmatent’ daar tegenover. De aardige jonge eigenaar hoort ons verhaal aan en weet wel twee hotels. Ja, wij ook, maar die zijn vol. Geen nood, hij weet er nog een. Een Formule 1 hotel ligt enkele kilometers verder aan de grote weg. We kunnen daar komen via een paar kleine plaatsjes. Hij pakt zijn I-phone en laat ons zien hoe we daar moeten komen. Meteen belt hij het hotel en reserveert er voor ons een kamer. Geweldig, weer een engel op ons pad. Eindelijk, na twaalf uur fietsen en 94 km kunnen we onze fietsen afladen. Dat was afzien!
Zoals aangegeven worden de heuvels bergen en de klimmetjes langer. Het eerste colletje, Col de Grenouze is 624 meter hoog. De tweede, na elf kilometer klimmen, Col de Nonières is 671 meter hoog. Maar er staat er ons nog één te wachten van 1119 meter. De dag voordat we die gaan beklimmen, bombarderen we tot rustdag. We strijken daarvoor neer op een camping, waar we een grote, stevige bungalowtent huren. De camping ligt twee kilometer, stijl klimmen, boven het plaatsje Le Cheylard, bij een mooi gerestaureerd kasteeltje. In de avond, op het terrasje in de zon, wat gegeten en dan, lekker slapen. Als we, de volgende
morgen, wakker worden is het bewolkt. We eten onze bestelde croissants buiten voor de tent, maar vluchten na tien minuten, met tafel en al de tent in. Grote druppels, spetteren naar beneden. De regen houdt aan tot ongeveer drie uur in de middag en gaat dan over in een wolkbreuk. De ene onweersbui volgt op de andere. Het kraakt en knettert om ons heen. De wind is aangewakkerd en de temperatuur dramatisch gedaald. Dit weer houdt enige uren aan, waarna het over gaat in ‘normale’ regenbuien. Al met al is het half acht geworden en hebben we niets te eten kunnen krijgen. Het campingbarretje is dicht en de eigenaar is nergens te bekennen. Naar het stadje fietsen is geen optie, want dan zijn we kletsnat en drogen doet onze kleding dan niet meer. Alles wat we nog te eten hebben, eten we op en dolgelukkig zijn we met ons, nog enige overgebleven, zakje soep. En koud dat het buiten, maar ook binnen, is!! Het beddengoed is minimaal en omdat we niet op kamperen zijn ingericht, hebben we natuurlijk niets extra’s bij ons. Van ellende gaan we vroeg naar bed, met alles aan en om wat we bij ons hebben. En nog liggen we te rillen in bed. Wim trekt zelfs zijn buff over zijn hoofd. Het wordt een nacht met een gaatje, we doen praktisch geen oog dicht en zijn door en door koud. Als we de volgende ochtend vroeg opstaan, is de regen opgehouden, maar de hele wereld gehuld in een koude, vochtige, grijze deken van mist. Brrrrr … koud. Vlug pakken we in, trekken onze dikke jacks en lange kleding aan en laten ons bibberend naar het plaatsje afzakken. Daar kopen we snel wat broodjes en nestelen ons in een barretje achter een hete, dampende kop thee. Phoe-hé, dat was afzien nummer twee! Natuurlijk is er ook een keerzijde aan de medaille. Er staat ons een klim van 21 km te wachten, naar 1119 meter hoogte. Daar worden we wel weer warm van! En dat is ook zo. Als we boven op Col de Mézilhac staan voelen we ons trots en voldaan. Maar op elfhonderd meter
is het wel koud en de zon heeft zich nog niet laten zien. We drinken in het café een kop koffie en zien dat het elf graden is. Snel weer onze warme kleding aan voor de afdaling. En dat is nodig ook. Alle mensen, wat is dat koud!! We moeten 24 km dalen en vooral het eerste deel is aardig stijl. Halverwege stappen we af om een foto te maken van een riviertje dat tussen de rotsen door stroomt. Pas dan ziet Wim dat zijn vingers helemaal wit zijn van de kou en voelt hij zijn voeten bijna niet meer. Wrijven dus. En verder gaan we weer. Beneden in het plaatsje Aubenas zien we een bankje in de zon. We stappen af, maken een kopje koffie, nemen een broodje en koesteren ons, als slangen, aan de warmte van de zon. Dit is echt genieten!! We besluiten om door te rijden naar één van de mooiste plaatsjes van Frankrijk, Vogûé. Werkelijk een schilderachtig Middeleeuws plaatsje aan de rivier de Ardèche. Naast een heel groot mondain hotelcomplex daar in de buurt is er, in het plaatsje zelf, één hotel. En ja, daar is een kamer beschikbaar. Als we onze fietstassen met kleding openen, komt ons nog de kou, vanuit de kleding, tegemoet. Bijzonder! We maken een mooie wandeling door het historische plaatsje en laten ons het eten
heerlijk smaken. We hebben het verdiend!! Als we de volgende dag opstappen, krijgen we de complimenten van twee voorbij komende mannen, die zich verbazen over onze fietstocht en de al verreden kilometers. Stanny moet toch wel érg sterke benen hebben!! En wij, wij stappen weer vrolijk op en hebben er elke dag weer zin in. Is dit een vorm van zelfkastijding of riekt dit naar (top)sport. Met veel plezier laten we de nodige kilometers weer onder onze banden doorglijden. Zo staan we nu, vanuit de Gard, aan de rand van de Languedoc en zullen de komende dagen, via St. Hyppolyte du Fort, St. Guilhem-le-Désert en Pézenas, afdalen naar de Middellandse Zee. We zullen ons, in dit gebied, weer kunnen laven aan druiven en ook de vijgen zijn rijp en ruim voorradig. Leve de gulle natuur!! En oh ja, Pieter en Elma, we komen steeds dichterbij.

vrijdag 19 augustus 2011

Door de golvende velden van Frankrijk tot Beaune

We zijn in Beaune neergestreken met 1092 km op de teller. We hebben, tot nog toe, een prima tocht achter de rug met de sponsoring voor Matoekoe tot en met de Cotes d'Or streek.(Volgende blog meer hierover) Na onze rustdagen bij Vincent en Elcke op La Renardiëre, zijn we, van het Moezeldal overgestoken naar
het dal van de Saone. Een prachtig gebied! Deels hebben we kanalen gevolgd met hun vele sluizen, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts. Maar ook hebben we kilometers lang door het Franse heuvelland gepeddeld. En heuvelen doet het dan. Gemiddeld klimmen en dalen van valsplat tot 5 á 6 procent. Incidenteel tot 10 procent. Onze bovenbenen zijn daardoor alweer goed getraind en voelen, van tijd tot tijd, aan als zwaar bekabelde verlengstukken van ons lichaam. Maar .... we genieten ervan en vinden het rijden door dit Franse land een genot.  Daarbij doe je verschillende ervaringen op. Zoals bij wegwerkzaamheden bijvoorbeeld. Als dat gebeurt, wordt er een 'circulation alternée' aangegeven. Een alternatieve route of wegomlegging. Nou, dat maakten we ook mee in Pont a Mousson. De werkzaamheden aan de weg werden goed gemarkeerd en de route werd duidelijk omgeleid. Echter kwamen we, die route volgend, uiteindelijk op het terrein van een ziekenhuis uit. Nu is dat nog niet zo erg, als wel, dat de route eindigde bij het mortuarium. Dat ging ons toch iets te ver. We zijn meteen teruggereden en hebben onze eigen circulation alternée gekozen. Precies, .... dwars over de opengelegde weg. Zo kwamen we weer meteen op de goede route terecht. Dit Franse land, met zijn wijdse verten, blijft inspireren. Zie je het voor
je! Kilometers lang golvende velden met graan, maïs en andere landbouw producten, afgewisseld met verstilde dorpjes, waar het lijkt of de tijd heeft stil gestaan. In veel van die dorpjes kom je verschillende huizen tegen die, in de loop der tijd, zijn verlaten en tot bouwvallen zijn geworden. Net als de schuren en andere gebouwen. Ook rijden we door gehuchten, waar weer huizen worden gebouwd en er zo nieuw leven wordt ingeblazen. Grappig is het om te zien dat, met name in Lotharingen, de dorpjes onderling, wedijveren om de mooiste bloemperkjes in het dorp. Prachtig aangelegde borders aan het begin en einde van het dorp, met als topstuk, het perkje op het centrale plein, aan de Grand Rue (hoe klein het gehucht ook is) bij het monument van de laatste oorlogen. En dan de rest van de natuur? Kwamen we de ooievaars in midden Nederland tegen, hier in Frankrijk zien we, naast de massa's kraaien en zwermen zwaluwen elke dag wel een aantal buizerds vliegen. Met hun trage vleugelslag wentelen ze, op de thermiek, steeds hoger, de helder blauwe lucht in. Hun schreeuw, waarmee ze hun territorium afbakenen, is al van verre te horen. Imposant is het om zo'n vogel vlak voor je, uit een bosje te zien wegvliegen of kom je er plots één tegen, dichtbij, op een paaltje in het weiland. Ook zien we af en toe een havik of valk en vooral

aan de kanalen hebben we verschillende ijsvogeltjes gezien. Naast een enkel eekhoorntje zijn we niet veel andere dieren tegen gekomen, buiten de vos om, die plotseling in een bos ons pad kruiste. Lunchen doen we gewoon in het open veld, op een mooi plekje of, als het weer niet mee zit, in het portiek van het plaatselijke Hotel de Ville. Iets heel anders wat we tegenkomen is 'de wet van Murphy' of, vrij vertaald, een situatie waarbij het energetisch is bepaald, dat er verschillende gebeurtenissen op hetzelfde moment en op dezelfde plek plaatsvinden. Twee voorbeelden. (1) Rijdend op een klein weggetje tussen de velden, kilometerslang geen ander verkeer gezien, moet Wim even stoppen om zijn routekaartje te wisselen. Laat nu juist op dat moment, zowel een auto van vóór, als van achter aankomen en net ter hoogte van hem elkaar moeten passeren. De ruimte is er niet op de weg, dus snel fietst in de kant duwen, auto's laten passeren en ..... kilometerslang geen auto meer. (2) Langs de kanalen waar we hebben gefietst wordt er veel gevist. Zo zien we, in de verte voor ons, een man, in een rolstoel zittend, vissen in het kanaal. Naast hem, op het fietspad, staat een auto met iemand daarin, die een gesprek met hem voert. Terwijl wij naderen, maakt de auto voor ons plaats, zodat wij kunnen passeren. Net als wij dat doen, slaat de man (in rolstoel) zijn hengel achterwaarts uit om hem met kracht in het kanaal te werpen ..... Wim ziet het aas en de haak vlak voor zijn neus voorbij schieten, wordt net niet aan de haak geslagen en roept: "Oeps!". De man kijkt verschrikt om en zegt: "Oh, pardon!". En .... voorbij is het moment.
Tijdens onze tocht slapen we afwisselend in een chambre d'hotes, hotelletje of een voormalige abdij. Dat bevalt ons uitstekend en geeft ons ook de nodige ervaringen. Zo slapen we bijvoorbeeld in Rupt-sur-Saone bij een Frans echtpaar in een prachtig, ruim en goed ingericht appartement, terwijl we een dag later slapen in een kamertje waar je je kont niet kunt keren. Beide hebben wel wat, maar als je het ons vraagt ......
Van de grotere plaatsen, waar we doorheen komen, is Nancy echt een plaats om te onthouden. Met zijn rijk versierde binnenstad en Stanislasplein, de moeite waard. Verrassend mooi en goed beloopbaar is ook Beaune. Een middeleeuws stadje, op het kruispunt van de NZ en OW snelwegen, dat vaak voorbij wordt gereden, maar wat echt de moeite van het bezichtigen waard is. Naast de rijke historische bezienswaardigheden, zoals het vroegere 'paleis voor de armen'  is het hier ook puur genieten van de fluweel zachte Bourgondische wijnen. En dat doen we!

donderdag 11 augustus 2011

Op pad! Ons eerste traject tot voorbij Verdun.

Maandagmorgen 1 augustus worden we om acht uur, bij Joop en Emmy, op het terras ontvangen om een kopje koffie te drinken, als start van onze fietstocht. Het zonnetje schijnt vrolijk en de weersvoorspellingen zijn goed. Raoel rijdt tot aan Gemert met ons mee en we hebben er zin in! De koffie staat nog niet eens op tafel of Annelies staat plots bij Raoel. Even overkomen waaien uit Akersloot. Ook Nel en Wim schuiven aan en zo wordt het begin van onze fietstocht een gezellig geheel. Om half negen stappen we op. Hartelijk uitgezwaaid door de anderen. En .... daar gaan we! De reis gaat voorspoedig, al zit de wind wel tegen en raken we het spoor even bijster in Hilversum. Veel opgebroken wegen en wegomleggingen. Toch komen we rond vijf uur, met 93 km op de teller aan in Doorn voor onze eerste overnachting. De volgende dag is een dag van rivieren hoppen. Door de Betuwe en het Land van Maas en Waal. Een prachtig gebied. Rustig babbelend op de fiets, onder een stralend zonnetje, peddelen we de kilometertjes onder ons weg. Om kwart over vier stappen we af in Gemert en worden hartelijk ontvangen door Gwendolien en Marcel, Gido en Wouter. Na een lekkere douche, gaat de BBQ aan en genieten we van een fijne en gezellige maaltijd. Woensdag is het voor Raoel vroeg dag. Hij fietst weer terug in één dag wat we met z'n drieën in twee dagen hebben gedaan. De hele dag houden wij contact met hem en .... krijgen om kwart voor vijf het berichtje dat hij, na precies tien uur en 186 km, staat te genieten van een warme douche. Chappeau!!! en wij halen opgelucht adem! Voor ons is het verder een makkelijk dagje. Wij fietsen van Gemert, met een ommetje, naar Nuenen, waar we met Wilma, Fred en Johan fijn bijpraten en heerlijk eten. Donderdagochtend begint weer het echte werk. Fred rijdt met ons mee tot aan de High Tech Campus bij Eindhoven. Daar werkt hij en zo kan hij ons meteen op het spoor van de officiële fietsroute naar Barcelona zetten. Via Waalre en Valkenswaard rijden we België binnen. Het is even wennen om de kaartjes van de 'Benjaminseroute' te lezen, maar ook dat gaat na verloop van tijd goed. De hele dag mooi weer tot het moment dat we in het mooie plaatsje Diest aankomen. Het hoost!! En we hadden dit stadje nog wel verder willen bekijken. Oké, dan blijven we nog een dag. Diest is namelijk, naast een mooi historisch stadje, ook een Oranje stad. De oudste zoon van Willem van Oranje, Philips Willem, kwam hier tijdens zijn leven veel en is hier, in de St. Sulpitiuskerk, begraven. De moeite waard om de kerk en het museum in de kerk te bezoeken. Daarnaast heeft Diest nog twee dingen die je zeker moet ervaren. Het eerste is een bezoek aan het Begijnhof. Eén van de mooiste, nog bewoonde, Begijnhoven van West Europa. Het tweede is het smakelijke gerstenat, onder de welluidende namen Gildebier en Loterbol, dat in Diest zelf gebrouwen wordt. En lekker !!! Vrijdag 8 augustus om half negen op de fiets via Tienen naar Namen. Het weer is betrokken, maar het blijft nog net droog. Vandaag en morgen rijden we een groot deel over een oude spoorbaan, de IJzerenroute. Gelukkig hebben ze de bielsen en rails weggehaald en er een comfortabel laagje asfalt overheen gelegd. Dat maakt het fietsen wel zo prettig. Wat ook prettig is, is dat het stijgen en dalen nooit boven de twee en een half procent komt. Dat is mooi meegenomen, want het begint hier al aardig te 'heuvelen'. Wat we tenslotte als erg prettig ervaren, dat de Belgische chauffeurs de fietsers heel veel ruimte geven bij het oversteken van wegen. In Namen kunnen we maar net aan een overnachtingsplekje vinden. Door verschillende evenementen is het erg druk in de stad. Na al die moeite vinden we dat we een Tripel Karmeliet wel hebben verdiend. Proost!! Vanuit Namen duiken we, via Dinant, de Ardennen in. Eerst volgen we nog een jaagpad langs de Meuse. Aanvankelijk is dat wel prettig, totdat men het nodig vond om het jaagpad weer in de oorspronkelijke, historische staat te herstellen. Daardoor werd het pad verheven tot Erfgoed, maar meteen onbruikbaar als fietspad. Een deeltje hebben we het nog geprobeerd, maar het ge-hob-bel en ge-bonk over die kinderkopjes, was voor ons, met onze beladen fietsen, niet te doen. We hebben over dat traject dus de gewone weg genomen. Ook is dit de eerste dag, dat er weer echt geklommen moet worden. Van die stevige kuitenbijters, variërend van vier tot tien procent. Als we in de namiddag in Gembes, na 85 km afstappen, voelen onze bovenbenen zwaar en vol aan. Als beloning worden we hartelijk ontvangen door een Vlaams echtpaar in hun hotel-restaurant Stirwin. Geweldig wat een verzorging, goede maaltijd en uitgebreid ontbijt. Spontaan hangen ze een advertentie/flyer van onze fietstocht aan de wand en geven een ruimhartige donatie. Acht en negen augustus worden de dagen van het jasjes wisselen. Als we uit Gembes vertrekken regent het en dat blijft het, met tussenpozen, twee dagen doen. Hoosbui, geel jasje aan. Droog en koud, rood jasje aan. Zonnetje, jasjes uit. Dit ritueel wisselt zich wel tien keer per dag af. Daarnaast blijft het terrein op en af gaan volgens de wet van de Ardennen. We overnachten in Orval, vlak bij de abdij waar ze, ik durf het bijna niet te vermelden, dat heerlijke Orvalbier maken. Ook is Orval een knooppunt van verschillende fietsroutes. Met name komen we hier verschillende fietsers tegen, die naar Santiago de Compostella onderweg zijn. De volgende dag rijden we Frankrijk binnen. Zoals gezegd is het nat en koud en halen en brengen van buien. Koud en verkleumd stappen we in Montmédy een kroegje binnen, waar het lekker warm is en de koffie goed smaakt. Op de markt kopen we wat fruit en gaan, na ongeveer zestig kilometer op zoek naar een slaapplaats. Dat vinden we in Dannevoux, een gehucht iets van de route af. Woensdagochtend 10 augustus is het koud, maar droog. De gele jasjes blijven in de tas. Om half negen stappen we op en rijden door de ochtendnevel het golvende landschap in. Het ruikt heerlijk fris. De geur in de lucht is een mengeling van land, vee en mest en onder de steeds sterker wordende zonnestralen rijzen de nevelflarden langzaam uit de velden omhoog. Heerlijk, inspirerend en krachtgevend!! Vandaag gaanwe rijden tot aan La Renardiëre, vlakbij St. Mihiel. We genietenvan de mooie plaatsjes waar we doorheen rijden. Met hier en daar een kasteeltje of pittoresk dorpsgezicht. In Verdun drinken we op een terrasje koffie, waarna we, over een vlakke weg, richting St. Mihiel rijden. We besluiten bij Dompcevrin door het bos te gaan om een stukje van de weg af te steken. Oeps!! Dat komt ons duur te staan. Terwijl de kaart aangeeft dat er een klimmetje van ongeveer vijf procent in zit, blijken het er in werkelijkheid drie te zijn, waaronder één van tien procent. Moe en nat van het zweet komen we op La Renardiëre aan. Neef Vincent ontvangt ons hartelijk en ook het weerzien met Elcke, Ben en Ingrid geeft weer het gevoel van óntmoeten. Elcke en Vincent bereiden een heerlijke maaltijd, die wij ons, samen met Ben, Ingrid en nog een paar andere gasten, heerlijk laten smaken. Moe en voldaan kruipen we 's avonds ons bed in. We kijken met plezier terug op een geslaagde eerste etappe van onze reis en gaan morgen genieten van een welverdiende rustdag.