donderdag 11 augustus 2011

Op pad! Ons eerste traject tot voorbij Verdun.

Maandagmorgen 1 augustus worden we om acht uur, bij Joop en Emmy, op het terras ontvangen om een kopje koffie te drinken, als start van onze fietstocht. Het zonnetje schijnt vrolijk en de weersvoorspellingen zijn goed. Raoel rijdt tot aan Gemert met ons mee en we hebben er zin in! De koffie staat nog niet eens op tafel of Annelies staat plots bij Raoel. Even overkomen waaien uit Akersloot. Ook Nel en Wim schuiven aan en zo wordt het begin van onze fietstocht een gezellig geheel. Om half negen stappen we op. Hartelijk uitgezwaaid door de anderen. En .... daar gaan we! De reis gaat voorspoedig, al zit de wind wel tegen en raken we het spoor even bijster in Hilversum. Veel opgebroken wegen en wegomleggingen. Toch komen we rond vijf uur, met 93 km op de teller aan in Doorn voor onze eerste overnachting. De volgende dag is een dag van rivieren hoppen. Door de Betuwe en het Land van Maas en Waal. Een prachtig gebied. Rustig babbelend op de fiets, onder een stralend zonnetje, peddelen we de kilometertjes onder ons weg. Om kwart over vier stappen we af in Gemert en worden hartelijk ontvangen door Gwendolien en Marcel, Gido en Wouter. Na een lekkere douche, gaat de BBQ aan en genieten we van een fijne en gezellige maaltijd. Woensdag is het voor Raoel vroeg dag. Hij fietst weer terug in één dag wat we met z'n drieën in twee dagen hebben gedaan. De hele dag houden wij contact met hem en .... krijgen om kwart voor vijf het berichtje dat hij, na precies tien uur en 186 km, staat te genieten van een warme douche. Chappeau!!! en wij halen opgelucht adem! Voor ons is het verder een makkelijk dagje. Wij fietsen van Gemert, met een ommetje, naar Nuenen, waar we met Wilma, Fred en Johan fijn bijpraten en heerlijk eten. Donderdagochtend begint weer het echte werk. Fred rijdt met ons mee tot aan de High Tech Campus bij Eindhoven. Daar werkt hij en zo kan hij ons meteen op het spoor van de officiële fietsroute naar Barcelona zetten. Via Waalre en Valkenswaard rijden we België binnen. Het is even wennen om de kaartjes van de 'Benjaminseroute' te lezen, maar ook dat gaat na verloop van tijd goed. De hele dag mooi weer tot het moment dat we in het mooie plaatsje Diest aankomen. Het hoost!! En we hadden dit stadje nog wel verder willen bekijken. Oké, dan blijven we nog een dag. Diest is namelijk, naast een mooi historisch stadje, ook een Oranje stad. De oudste zoon van Willem van Oranje, Philips Willem, kwam hier tijdens zijn leven veel en is hier, in de St. Sulpitiuskerk, begraven. De moeite waard om de kerk en het museum in de kerk te bezoeken. Daarnaast heeft Diest nog twee dingen die je zeker moet ervaren. Het eerste is een bezoek aan het Begijnhof. Eén van de mooiste, nog bewoonde, Begijnhoven van West Europa. Het tweede is het smakelijke gerstenat, onder de welluidende namen Gildebier en Loterbol, dat in Diest zelf gebrouwen wordt. En lekker !!! Vrijdag 8 augustus om half negen op de fiets via Tienen naar Namen. Het weer is betrokken, maar het blijft nog net droog. Vandaag en morgen rijden we een groot deel over een oude spoorbaan, de IJzerenroute. Gelukkig hebben ze de bielsen en rails weggehaald en er een comfortabel laagje asfalt overheen gelegd. Dat maakt het fietsen wel zo prettig. Wat ook prettig is, is dat het stijgen en dalen nooit boven de twee en een half procent komt. Dat is mooi meegenomen, want het begint hier al aardig te 'heuvelen'. Wat we tenslotte als erg prettig ervaren, dat de Belgische chauffeurs de fietsers heel veel ruimte geven bij het oversteken van wegen. In Namen kunnen we maar net aan een overnachtingsplekje vinden. Door verschillende evenementen is het erg druk in de stad. Na al die moeite vinden we dat we een Tripel Karmeliet wel hebben verdiend. Proost!! Vanuit Namen duiken we, via Dinant, de Ardennen in. Eerst volgen we nog een jaagpad langs de Meuse. Aanvankelijk is dat wel prettig, totdat men het nodig vond om het jaagpad weer in de oorspronkelijke, historische staat te herstellen. Daardoor werd het pad verheven tot Erfgoed, maar meteen onbruikbaar als fietspad. Een deeltje hebben we het nog geprobeerd, maar het ge-hob-bel en ge-bonk over die kinderkopjes, was voor ons, met onze beladen fietsen, niet te doen. We hebben over dat traject dus de gewone weg genomen. Ook is dit de eerste dag, dat er weer echt geklommen moet worden. Van die stevige kuitenbijters, variërend van vier tot tien procent. Als we in de namiddag in Gembes, na 85 km afstappen, voelen onze bovenbenen zwaar en vol aan. Als beloning worden we hartelijk ontvangen door een Vlaams echtpaar in hun hotel-restaurant Stirwin. Geweldig wat een verzorging, goede maaltijd en uitgebreid ontbijt. Spontaan hangen ze een advertentie/flyer van onze fietstocht aan de wand en geven een ruimhartige donatie. Acht en negen augustus worden de dagen van het jasjes wisselen. Als we uit Gembes vertrekken regent het en dat blijft het, met tussenpozen, twee dagen doen. Hoosbui, geel jasje aan. Droog en koud, rood jasje aan. Zonnetje, jasjes uit. Dit ritueel wisselt zich wel tien keer per dag af. Daarnaast blijft het terrein op en af gaan volgens de wet van de Ardennen. We overnachten in Orval, vlak bij de abdij waar ze, ik durf het bijna niet te vermelden, dat heerlijke Orvalbier maken. Ook is Orval een knooppunt van verschillende fietsroutes. Met name komen we hier verschillende fietsers tegen, die naar Santiago de Compostella onderweg zijn. De volgende dag rijden we Frankrijk binnen. Zoals gezegd is het nat en koud en halen en brengen van buien. Koud en verkleumd stappen we in Montmédy een kroegje binnen, waar het lekker warm is en de koffie goed smaakt. Op de markt kopen we wat fruit en gaan, na ongeveer zestig kilometer op zoek naar een slaapplaats. Dat vinden we in Dannevoux, een gehucht iets van de route af. Woensdagochtend 10 augustus is het koud, maar droog. De gele jasjes blijven in de tas. Om half negen stappen we op en rijden door de ochtendnevel het golvende landschap in. Het ruikt heerlijk fris. De geur in de lucht is een mengeling van land, vee en mest en onder de steeds sterker wordende zonnestralen rijzen de nevelflarden langzaam uit de velden omhoog. Heerlijk, inspirerend en krachtgevend!! Vandaag gaanwe rijden tot aan La Renardiëre, vlakbij St. Mihiel. We genietenvan de mooie plaatsjes waar we doorheen rijden. Met hier en daar een kasteeltje of pittoresk dorpsgezicht. In Verdun drinken we op een terrasje koffie, waarna we, over een vlakke weg, richting St. Mihiel rijden. We besluiten bij Dompcevrin door het bos te gaan om een stukje van de weg af te steken. Oeps!! Dat komt ons duur te staan. Terwijl de kaart aangeeft dat er een klimmetje van ongeveer vijf procent in zit, blijken het er in werkelijkheid drie te zijn, waaronder één van tien procent. Moe en nat van het zweet komen we op La Renardiëre aan. Neef Vincent ontvangt ons hartelijk en ook het weerzien met Elcke, Ben en Ingrid geeft weer het gevoel van óntmoeten. Elcke en Vincent bereiden een heerlijke maaltijd, die wij ons, samen met Ben, Ingrid en nog een paar andere gasten, heerlijk laten smaken. Moe en voldaan kruipen we 's avonds ons bed in. We kijken met plezier terug op een geslaagde eerste etappe van onze reis en gaan morgen genieten van een welverdiende rustdag.

Geen opmerkingen: