zondag 15 mei 2011

De glimlach van Thailand - Deel 1

Vrijdag 22 april komen we aan in Thailand en nestelen ons in een gezellige wijk van het bruisende Bangkok. Wat een stad! We vergelijken het met Hong Kong, maar dan net effe rommeliger en minder strak. Veel verkeer, maar geen lawaai. Schoon en .... bloedheet. De temperatuur loopt in de middag op tot rond de veertig graden en de luchtvochtigheid is hoog. Nu we besloten hebben om niet naar Laos en Cambodja te gaan, kunnen we ons goed richten op dit schitterende land. De eerste dagen gebruiken we om de omgeving te verkennen. De wijk, waar wij zitten, ligt aan de drukke Sukhumvitstraat, waar ook de skytrain door heen rijdt. Daar merk je overigens niets van want, zoals de naam al aangeeft, is hij hoog boven de weg aangelegd. Zo zie je hier veel dubbeldeks (auto)wegen, soms zelfs zesbaans. Heel practisch en economisch. Net als in Hong Kong is ook hier het openbaar vervoer uitstekend geregeld en betaal je er weinig voor. Toch kiezen wij er voor om de omgeving eerst lopend te doorkruisen. Poehee! .... dat is heet en binnen vijf

minuten lopen we te drijven in onze kleding. Hier komen onze zweetdoekjes, kleine handdoekjes, weer prima van pas (dank Artane). Op straat kom je van alles tegen. Het leven speelt zich hier af. Eten doe je op straat. Kilometers lang stalletjes met kleding, fruit, schoenen, tassen, eten, speelgoed en prullaria, veel......., heel veel van hetzelfde. Maar ook mooie boetiekjes, grote winkelcentra van zes verdiepingen hoog.en natuurlijk de talloze, overbekende Thaise
massagesalons. Vanaf een terrasje bekijken we het straatleven in deze wijk, die voor een groot deel uit moslims en Arabieren bestaat. Boeiend is het om te zien, hoe de vele verschillende culturen naast en met elkaar samenleven. Ook hier worden we regelmatig door straatventers, mannen, jongens, meisjes, vrouwen en kinderen aangesproken om te kijken naar hun koopwaar. Horloges, soep, speelgoed, speciale massage, saté, broodjes, zonnebrillen, stropdassen, ijs, noem maar op. En alles kleurrijk en even vrolijk. Net als op zovele andere plaatsen, maken we er ook hier weer een humoristisch spel van. We zien een nieuw fenomeen. De motor met zijspan, die is omgebouwd tot een complete keuken. Je kunt er een volledige maaltijd bestellen. Geweldig!  Op een avond rijden we per taxi naar een theaterrestaurant, om een klassieke Thaise dansavond mee te maken. Vijfentwintig jaar geleden hebben we

dit ook in Bangkok gedaan en hebben toen de hele avond, met gekruiste benen op een kussen gezeten. Aan het eind van de avond moesten we elkaar toen kruipend en steunend overeind helpen. We zijn dus gewaarschuwd. We worden een zaal ingebracht met lange rijen lage tafels en kussens om op te zitten. We zien onze geest al dwalen. Als we echter aan tafel kruipen, blijkt het dat we onze benen gewoon recht naar beneden kunnen doen en op de grond zetten, in een soort tunneltje dat onder de tafel is aangebracht. Joepie!! Geen houten benen vanavond! Wel een heerlijk diner en een paar kleurrijke dansen. In de loop van de volgende dag laten we ons door een tuk-tuk wegbrengen naar een opstapplaats aan de Chao Phraya rivier, die dwars door Bangkok stroomt. Vandaar gaan we per boot naar het Koninklijk Paleis en de Wat Phra Kaew tempel. Op het water is het een enorme drukte van allerlei boten. Tussen de, sierlijke en kleurrijke, pendelboten varen met grote snelheid de ferries, om hun passagiers snel van de ene naar de andere halte te brengen. Daar tussendoor varen de grote logge duwboten en de razendsnelle longtails. Wij pakken een ferry en worden in een hoog tempo, voor een kwartje, naar de halte bij het paleis gebracht. Wat een belevenis! Bij de tempel en het paleis aangekomen


blijkt de driekwart broek van Wim vijf cm. te kort te zijn en wordt Stanny haar driekwart broek helemaal niet geaccepteerd. Geen nood! Wim krijgt een lange katoenen broek aan en Stanny wordt in een omslagrok gehezen. Gelukkig zijn wij lang niet de enigen, die dit te beurt valt. De tempel en het paleis zijn overweldigend mooi. Wat een kleurige gebouwen en prachtige gouden tempels en stupa's. Op een muur in de tempel zijn meterslange schilderingen aangebracht, die het leven en de geschiedenis van Boeddha verbeelden. We kijken onze ogen uit. Na het paleis lopen we door naar de Wat Pho, De tempel met een enorm grote gouden, liggende Boeddha.

Bij het betreden van ook deze tempel, trek je je schoenen uit en zet ze in een rek buiten de tempel. Dit zijn we sinds India inmiddels al gewend en gaat vrij snel. Sinds India lopen we namelijk alleen maar op sandalen. Dat is luchtiger en veel makkelijker, omdat je in alle tempels en veel winkels en restaurants je schoenen uit moet doen. Wim draagt zelfs geen sokken meer. Een unicum. Zijn voeten zijn al behoorlijk gekleurd. Nee, .... niet van het straatvuil, maar van de zon. We kijken rond bij de 'reclining Boeddha', kopen een handvol muntjes, die je vervolgens weer één voor één in gereedstaande pulletjes laat vallen en krijgt daardoor veel geluk. Wel, wij ook, want als we weer buiten komen staan onze sandalen er nog. Na deze bezoeken zijn we toe aan een verfrissing en strijken neer in een restaurantje boven het water aan de rivier. Zo kunnen we even heerlijk bijkomen en genieten van het 'dagelijkse leven' op het water.
Vanuit Bangkok boeken we een trip naar de Brug over de River Kwae en de Birmaspoorlijn, ook wel 'Het spoor des doods' genoemd. Deze 415 km lange spoorlijn was in de Tweede Wereldoorlog voor de Japanners van strategisch belang. Het moest de grote havenplaats Singapore met het spoorwegnet van Birma verbinden om de bevoorrading te realiseren van een geplande aanval op India. Het besluit om deze spoorweg te bouwen werd door de Japanners genomen, als gevolg van de beslissende nederlaag van haar marine in de slag om Midway in juni 1942. De Japanse overheid was zich er van, dat de Britten in 1910 de mogelijkheid van zo'n project al eens hadden onderzocht, maar dit terzijde hadden geschoven. Dit vanwege het moeilijk begaanbare terrein, inheemse ziekten en de moesson regenperiodes. Echter, Japanse ingenieurs meenden dat het toch mogelijk was. De duur van het project was geraamd op vijf jaar, maar de Japanners dachten daar anders over. Onder enorme druk werden krijgsgevangenen, opgezweept onder de kreet 'speedo', in een moordend tempo gedwongen het project in bijna 16 maanden te verwezelijken. De werkzaamheden begonnen op 16 september 1942 en op 25 december 1943 was de spoorweg voltooid. Alles bij elkaar werden 61.000 Britse, Nederlandse en Australische krijgsgevangenen en zeker 200.000 geronselde Aziaten te werk gesteld. Het resultaat was verwoestend. Zeker 16.000 geallieerde krijgsgevangenen en 100.000 Aziaten verloren het leven.
Het wordt een indrukwekkend bezoek. Na twee en een half uur rijden in de bus komen we aan in Kanchanaburi. De plaats van waaruit de aanleg van de spoorlijn in Thailand begon. Hier ligt tevens één van de begraafplaatsen, waar een groot deel van de omgekomen krijgsgevangenen liggen begraven. Een paar straten verder is het openlucht museum gevestigd. Dit museum is ondergebracht in een grote lange bamboe barak, die een kopie is van de barakken, waarin de krijgsgevangenen toen leefden.  Beide plaatsen hebben

we bezocht. Zeer aangrijpend ...... daar wordt je werkelijk stil van. Wat is hier geleden en gewerkt, onder afschuwelijke druk en erbarmelijke en mensonterende omstandigheden! Dit vertellen o.a. de stille getuigen, zoals tekeningen en beschrijvingen in het museum. Elke bezoeker, die van deze begraafplaats of uit dit museum komt is onder de indruk en aangeslagen. Vervolgens worden we naar de overbekende brug gebracht. De houten brug is na de oorlog gesloopt, maar de stalen bogenbrug is weer hersteld. Deze brug hebben de Japanners in 1942, vanuit Java, in delen overgebracht naar Thailand. In 1943 is de brug toen, door de krijgsgevangenen, naast de houten brug weer opgebouwd, om vervolgens vanaf december 1944 door geallieerde bommenwerpers keer op keer bestookt te worden. Honderden bommen zijn er in die periode, in dit gebied, afgeworpen en geëxplodeerd. Dat is een hel geweest, waar de mensen nu nog over praten. Uiteindelijk wordt de brug in april 1945 zwaar beschadigd en uitgeschakeld. In gedachten verzonken lopen we over de brug, denkend aan hoe het hier in die jaren geweest moet zijn. Ontroerd stappen we even later een treinstel in, die ons over een deel van de Birmaspoorlijn rijdt. Tijdens deze rit rijden we over verschillende houten viaducten en een gebogen houten steigerbrug. Deze waren nodig om de, midden in het oerwoud liggende, dalen tussen de bergen te overbruggen. Zo zijn er over de hele lijn vele van gebouwd, waaronder één bij de plaats Hintok, die "de brug van het kaartspel" werd genoemd. Deze 400 meter lange en 27 meter hoge brug, is tijdens de bouw drie keer ingestort. Daarnaast zijn er, met name door de Australische krijgsgevangenen, letterlijk en figuurlijk met de hand bergen verzet, om een doorgang te forceren in het oerwoud. Eén van deze passen kreeg de naam 'Helfire pass', omdat van bovenaf gezien, 's nachts de gevangenen moesten werken bij kaarslicht. Tijdens het weghakken van de rotsen leken zij op de duivels uit de hel. Dit alles gezien en beleefd hebbende, kunnen we ons voorstellen dat er wordt gezegd, dat onder elke biels van deze spoorlijn een dode ligt begraven.
Na deze enerverende uren beleven we iets geheel anders. We gaan naar een olifantenpark en nemen de uitdaging aan, om van een drie meter hoge stelling, af te dalen op een olifantenrug. Uitdaging één: hoe stap je in zo'n smal bakkie. Met wat hulp van een aardige dame lukt ons dat. Mijn hemel wat zit dat hoog. Stan, richt je maar op het uitzicht!! De kolos zet zich in beweging. Oei!! Dit lijkt verdacht veel op het gehobbel op

de rug van een kameel of dromedaris. De 'chauffeur' zit op de kop van het dier en geeft, doormiddel van wat kreten en af en toe een klap met een venijnig stokkie, aan wat hij van de olifant wil. Al schommelend en schuddend vervolgen we, redelijk ontspannen, onze weg, totdat.... we een heuvel af moeten. Uitdaging twee: hoe blijf je in Godsnaam zitten in dat bakkie, nu dat beest zover voorover helt. Aan alles wat onze zetel ons biedt, proberen wij ons vast te houden. Iets wat maar ternauwernood lukt. Wim heeft Stanny wel eens bang gezien, maar als hij nu naar haar kijkt, krijgt hij echt medelijden. De rit gaat ongeveer een half uur duren en we hebben nog twintig minuten te gaan. Uitdaging drie: houden we dit vol. De rand van het bakkie begint al danig pijn te doen onder onze benen en dat ene spanbandje, dat ons moet vasthouden, vervult ons nou ook niet bepaald met veel vertrouwen. Maar goed, we zijn dapper en houden vol. Op een open plek aangekomen vraagt de 'chauffeur' of hij, voor 200 Bath, foto's van ons moet maken. Hoe wil hij dat dan in Hemelsnaam doen?? Gewoon, eenvoudig. Hij springt, via de slurf, van de olifant af, één van ons gaat op de kop van Jumbo zitten en de ander op zijn nek, er vlak achter. Hèèèè!! Nou, ik dacht het niet!!!!! Van deze
fotosessie zien wij graag af. We zijn al blij, dat we in dat harde kl... bakkie kunnen blijven zitten. Ergens zijn er toch foto's van ons gemaakt, want als we, van Jumbo's rug weer veilig vaste grond onder onze voeten hebben, worden we naar een kantoortje geloodst. En jawel, daar is'tie dan! Het werkelijke bewijs dat we deze rit echt hebben gemaakt. Wat een afwisselende dag!
Na een week Bangkok en omgeving zijn we toe aan wat anders en reizen we per bus zuidwaarts naar Pattaya. Dit is een middelgrote badplaats, aan een langgerekt strand, waar veel mensen uit Bangkok vakantie houden. Ook komen er veel, vooral Westerse mannen naar deze plaats, omdat het een bruisend nachtleven biedt, waarin de 'massagesalons' op volle toeren draaien en er in elke bar minstens zes animeermeisjes rondlopen. De sfeer is heel gezellig en het voelt ontspannen aan. Dat hier tachtig procent van de Westerse mannen, voor één of meerdere dagen, met een Thais meisje/vrouw rondloopt is heel normaal en compleet ingeburgerd. Wij wandelen lekker door de stad en over het strand. Aan het eind van de middag eten we dan wat op een plaatselijke eetmarkt of bij een stalletje langs de weg. Op zondag huren we twee strandstoelen en vleien ons tussen de Thaise gezinnen en andere badgasten. Geweldig om mee te maken! Een man met een bamboestok op zijn nek, draagt aan de ene kant van de stok een mand eieren en aan de andere kant een vuurkorf en
pannetjes. "Hoe wilt u uw eitje, mevrouw of maak ik een roti?" Even later komt een vrouw vragen of wij gemasseerd willen worden. Ze heeft alle spullen bij zich. Verderop zien we, dat een jongeman van een tatoeage wordt voorzien. Wat..veilig en schoon werken? Een jongetje loopt langs met kleine kooitjes over zijn schouder, waar mussen in zitten. De bedoeling is dat je die mussen koopt, het kooitje open zet en ze weg laat vliegen. Dit brengt geluk! Een jonge vrouw knielt bij ons neer en biedt ons allerlei soorten olie en crème aan. Als Stanny zich even weg draait, laat ze Wim schielijk een doosje met viagrapillen zien. "Very cheap, sir!" Daarnaast heeft ze ook nog pillen voor de man, waar je heeeeuuul sterk van wordt. De volgende verkoper heeft een branderstelletje met vleesstokjes bij zich en de daarop volgende heeft gebakken garnalen en andere heerlijke vis in de aanbieding. Dit gaat zo, met tussenpozen, de hele dag door. Toch verveelt het niet en is het best vermakelijk. Wat ook leuk is om te zien is, dat de Aziaten compleet gekleed te water springen. Een gezin zit met vijf of acht man bijelkaar. Veelal met hun halve keuken bij zich, doen ze zich tegoed aan alle lekkers dat ze hebben meegenomen. Ze zitten of liggen gewoon in hun dagelijkse kleding en als ze zin hebben rennen ze in spijkerbroek en t-shirt de zee in. Meestal kunnen ze niet zwemmen en maken gebruik van een auto binnenband om lekker te dobberen en te spelen. En niet alleen de jongeren, nee, ook pa en ma plonzen zo heerlijk rond. Zie je het voor je?? Vlak naast de schaarsgeklede Franse dame spettert het, van boven tot onder aangeklede, Thaise gezin. Aan het einde van de dag drinken we een biertje in een barretje en worden door één van de animeermeisjes uitgenodigd voor een spelletje. Oeps!! Wat voor spelletje?? Nou, heel onschuldig, Ze komt met een kistje bij ons zitten. In dat kistje zijn negen schuifjes gemaakt met de cijfers 1 t/m 9 en liggen er twee dobbelstenen bij. Het is een soort Yahtzee. Vooral zij is er reuze fanatiek in, om alle cijfertjes omgeklapt te krijgen. Ook dat is een vorm van animeren!
Na een paar dagen verruilen we Pattaya voor Rayong, een kilometer of zestig zuidelijker. We hebben dit keer een groot hotel uitgezocht, met, aan een azuur blauwe zee, een zilver wit privé strand. Aan de taxichauffeur hebben we het adres opgegeven en een goede prijs afgesproken. Tot grote schrik van de chauffeur blijkt echter het hotel vijfentwintig kilometer voorbij Rayong te liggen. Jammerend rijdt hij ons verder naar het hotel. Uiteraard hebben we hem wel gecompenseerd, waardoor hij met een buiging en een

vriendelijk 'khob khun khab' (dank u wel) toch glimlachend afscheid van ons neemt. Dat zilver witte strand hebben we helemaal voor ons zelf en de zee........ Dat hebben we nog nooit meegemaakt, zo..... warm!! Alsof je in een warm bad ligt. De stevige bries zorgt voor de nodige verkoeling, zodat we het, afgewisseld met het zwembad, heel wat uurtjes kunnen uithouden. Verder is er overigens geen fluit te doen. Dus na een paar dagen wandelen, zwemmen, lezen en luieren pakken we de bus en rijden terug naar Bangkok. Vandaar uit gaan we met de nachttrein naar Chiang Mai in het noorden van Thailand.

Geen opmerkingen: