Mooi op tijd landen we in Yogyakarte. Een bescheiden luchthaven voor zo'n grote stad. Het eerste wat ons opvalt is de kalmte van de mensen, de properheid en het ontbreken van lawaai. Per taxi naar de binnenstad en ons hotel. Het verkeer hier is zeker zo druk als in Chennai, waar ook hier de motor en scooter de hoofdvervoermiddelen zijn. Het verschil is echter, dat hier de hoofdwegen goed zijn, er niet wordt getoeterd en de verkeersstroom zich ordelijk en rustig voortbeweegt. Ons hotel moet zich in een zijstraat van de belangrijkste winkelstraat bevinden. We kijken daarom vreemd op, als de chauffeur ons bij een nauw straatje, Gang II genaamd, afzet en aangeeft, dat het hotel in dat gangetje ligt. Na het gebruikelijke ritueel met de betaling van de taxi, de chauffeur heeft (natuurlijk) geen wisselgeld en kijkt Wim al hoopgevend aan, om de rest te mogen houden. Wim grist het geld weer uit zijn hand, loopt het eerste de beste hotel in en komt terug met de gepaste hoeveelheid rupia. Met een beleefde lach op zijn gezicht en het heerlijk klinkende "terima kasih", maakt hij een buiginkje naar ons en rijdt weg. Wij antwoorden beleefd, "Sama, sama", pakken onze koffers en rollen het gangetje in. Hier speelt zich het gewone dagelijkse leven af. We kijken onze ogen uit en voelen ons meteen op ons gemak. Overal zitten mensen gehurkt of op een krukje hun dagelijkse dingen te doen, eten of kleding verkopen, saté roosteren, reisjes of vervoer aanbieden etc. Heel vriendelijk en beslist niet opdringerig. Inderdaad ligt halverwege in de Gang de receptie van ons hotel. Een
mooie binnenplaats in Indonesische stijl, vol planten en groen en een mooie kamer. Onze eerste indruk voelt uiterst positief. 28 maart Hiep, hiep hoera! Wim 61 jaren jong. Stanny heeft de ontbijttafel op het terrasje feestelijk versierd met ballonnen, een kleurige placemat en kadootjes en zingt uit volle borst: "In de gloria......". Het personeel kijkt aanvankelijk wat schichtig in onze richting, maar komt Wim dan spontaan feliciteren. Het wordt een doenig dagje. Niet omdat we veel ondernemen in de stad, het regent n.l. een groot deel van de dag, maar omdat we het weblog met onze India-ervaringen de lucht in willen hebben. Tegen vijf uur zijn we klaar, knappen we ons op en is het tijd voor .......... een large Bintang, waarvan het etiket verdacht veel op Heineken lijkt, maar dan in het rood. We boeken meteen een tripje naar de Borobudur en gaan daarna heerlijk eten, want dat kun je hier uitstekend!!! Om kwart voor vijf in de ochtend gebruiken we een bescheiden ontbijt en worden om vijf uur opgehaald. Stipt zes uur staan we voor de ticketoffice van de Borobudur, krijgen een sarong om en worden voorgesteld aan een Nederlands sprekende Indonesiche gids.
In de middag worden we met een fietstaxi, een bedjak, naar het Kraton, het paleis van de Sultan, gebracht. Na een interessante rondleiding, weten we meer over de cultuur en de opeenvolgende sultans met hun familie en vallen we pardoes in een traditionele dansvoorstelling, die wordt begeleid door een gamalan orkest. De volgende dag willen we het vervolg van onze trip over Oost Java gaan regelen, met de trein richting Malang, voornamelijk voor de beklimming van de Bromo vulkaan en het bezoek aan enkele plantages. Helaas!! Sinds een paar dagen is niet alleen de Merapi, wat we al zagen aan de rookpluimen, maar ook de Bromo weer actief geworden en mag die alleen van grote afstand bekeken worden. We gooien onze plannen om en besluiten om direct naar Bali door te reizen. We gaan in de avond nog naar een Ketcak dans (apendans) en vuurdans voorstelling. Indrukwekkend! Op Bali hebben we een hotel in Sanur aan het strand. 's Avonds, bij het diner, is er live music. Zoals gewoonlijk zit Wim mee te neurieën.
Zo kunnen we ons een beetje oriënteren. De wegen zijn namelijk veelal van erbarmelijke kwaliteit. We komen stukken tegen, waar tussen de gaten en het zand ook af en toe wat asfalt ligt. Stanny ontpopt zich als een ware coureur en laveert met gemak tussen kuilen, loslopende kippen, karbouwen en honden door en beklimt de meest stijle heuveltjes, alsof ze nooit anders heeft gedaan. Wim is helemaal trots op haar. Het strand heb je helemaal voor jezelf, op de altijd aanwezige verkoopsters na natuurlijk. Zij komen met van alles naar je toe, van sarong tot kokosnoot. Wij nemen een heerlijke spartelduik. Plots ziet Stanny een waterschidpadje
In een mum van tijd staat het halve dorp om haar heen en bedelen zelfs de oude vrouwen om een pen voor zichzelf, maar ook voor een broer en oom en God mag weten welk ver familielid nog meer. Snel bergt ze de boel weer op. Onze scooters hebben we onder een afdakje bij het strand gezet. Als we weg willen, wordt ons verteld, door een paar jongens, dat we daar wel 1000 rupia voor moeten betalen, want ze staan in de schaduw van hun afdakje. Lachend betalen we de acht eurocent en worden enthousiast uitgezwaaid door het hele dorp. Op de terugweg zien we twee jongens bezig met het rooien en
Benzinestations voor de vele motoren en scooters kom je op Lombok niet veel tegen. Daar hebben ze wat op gevonden. Bij elk winkelstalletje, dus om de vijftig meter, staat een houten rek buiten met flessen petrol. Voor 5000 rupia wordt er een fles onder je zadel leeggegoten en kun je weer het halve eiland over. Zo brommen we naar het internetcafé om dochter Gwendolien via Skype toe te zingen, vanwege haar verjaardag. Na een paar dagen heerlijk te hebben rondgetoerd, regelen we een taxi met chauffeur en gids. De gids spreekt goed Engels en laat ons leuke en interessante plekjes van dit mooie eiland zien. Zo komen we in een weversdorpje, waar de vrouwen thuis 
mooie lappen stof weven. Stanny mag het ook even proberen en wurmt zich, met haar lange westerse lijf, op de grond achter en onder het weefgetouw. Tjonge, wat zit dat weefproces ingewikkeld in elkaar! We stoppen bij een waterval, rijden tussen de sawa's door en stappen even uit op een punt in het bos, waar veel apen samenkomen. Er staan meerdere toeristen. Zo is er ook een man, die angstvallig een plastic zak met pinda's achter zijn rug houdt en trots een paar nootjes aan een aapje geeft. Terwijl hij zich bukt om dat te doen, grist een andere, grote aap de plastic zak achter zijn rug vandaan en zet het op een lopen. Hij ook, want hij schrikt zich een ongeluk! We hebben het allemaal zien gebeuren en komen niet meer bij van het lachen. Met onze gids hebben we afgesproken, dat hij ons naar de andere kant van Lombok brengt om vandaar uit over te steken naar de Gili eilanden. Drie paradijsjes even boven Lombok. De volgende ochtend steken we met de plaatselijke shuttleboot over naar het kleinste eilandje van de drie, Gili Meno. We vinden daar een mooi, maar basic, hutje aan het strand en voelen ons net Robinson Crusoë. Vanuit ons hutje plonsen we zo het helder blauwe water in en snorkelen
restaurant gebruiken we ons ontbijt en worden dan naar een plek gebracht, waar de fietsen staan. Fiets op maat maken, helm op en hup.... achter de gids aan. De twee uur durende rit zal voornamelijk bergafwaarts zijn en voert ons door verschillende Balineese dorpjes. Hier stappen we af en bezoeken een traditionele familiegemeenschap. De gids vertelt ons veel over de zeden en gewoonten van het dagelijk leven en laat ons overal kijken. We rijden verder langs en zelfs tussen de rijstvelden door naar een koffieplantage en en zien veel van de omgeving om uiteindelijk aan te komen bij de plaats, waar we zullen lunchen.
Onderweg hebben we elkaar al een paar keer aangekeken en gezegd dat we dit fietsen toch wel een beetje missen. Het geeft in elk geval al weer de kriebels voor onze volgende lange tocht. Bij het avondeten voelen we ons heerlijik, mede omdat we in Ubud weer eens een glaasje goede wijn kunnen drinken. We laten het ons uitstekend smaken en al pratend komen we tot goede ideeën. Dit zijn van die momenten, waarop we onze gedachten laten gaan over, onder andere, de volgende te nemen stappen. Wat we nog moeten regelen, wélk hotelletje wáár en wélke vlucht naar Bangkok we zullen nemen. Zo komen we tot het besluit, om niet naar Cambodja en Laos te gaan. Dit geeft ons de gelegenheid om Thailand in een rustig tempo goed te bereizen. En zo komen we in die zwoele, tropische avondlucht, met onze voeten omhoog, tot de conclusie dat Indonesië en met name Java en Bali een fijne indruk bij ons achterlaten en dat we hier beslist nog eens terug willen komen.
Selamat Jalan di Indonesia.
Onderweg hebben we elkaar al een paar keer aangekeken en gezegd dat we dit fietsen toch wel een beetje missen. Het geeft in elk geval al weer de kriebels voor onze volgende lange tocht. Bij het avondeten voelen we ons heerlijik, mede omdat we in Ubud weer eens een glaasje goede wijn kunnen drinken. We laten het ons uitstekend smaken en al pratend komen we tot goede ideeën. Dit zijn van die momenten, waarop we onze gedachten laten gaan over, onder andere, de volgende te nemen stappen. Wat we nog moeten regelen, wélk hotelletje wáár en wélke vlucht naar Bangkok we zullen nemen. Zo komen we tot het besluit, om niet naar Cambodja en Laos te gaan. Dit geeft ons de gelegenheid om Thailand in een rustig tempo goed te bereizen. En zo komen we in die zwoele, tropische avondlucht, met onze voeten omhoog, tot de conclusie dat Indonesië en met name Java en Bali een fijne indruk bij ons achterlaten en dat we hier beslist nog eens terug willen komen.
Selamat Jalan di Indonesia.
Vooruitblik:
- Bangkok en twee maanden Thailand w.o. Brug River Kwai, Gouden Driehoek, Chiang Mai, Koh Samui
- Voorbereiden fietstocht naar Barcelona
- Fondsen werven voor Matoekoe w.o. kilometers verkopen
- Thuiskomst 25 juni
Geen opmerkingen:
Een reactie posten