zondag 24 april 2011

Selamat Datang di Indonesia

Mooi op tijd landen we in Yogyakarte. Een bescheiden luchthaven voor zo'n grote stad. Het eerste wat ons opvalt is de kalmte van de mensen, de properheid en het ontbreken van lawaai. Per taxi naar de binnenstad en ons hotel. Het verkeer hier is zeker zo druk als in Chennai, waar ook hier de motor en scooter de hoofdvervoermiddelen zijn. Het verschil is echter, dat hier de hoofdwegen goed zijn, er niet wordt getoeterd en de verkeersstroom zich ordelijk en rustig voortbeweegt. Ons hotel moet zich in een zijstraat van de belangrijkste winkelstraat bevinden. We kijken daarom vreemd op, als de chauffeur ons bij een nauw straatje, Gang II genaamd, afzet en aangeeft, dat het hotel in dat gangetje ligt. Na het gebruikelijke ritueel met de betaling van de taxi, de chauffeur heeft (natuurlijk) geen wisselgeld en kijkt Wim al hoopgevend aan, om de rest te mogen houden. Wim grist het geld weer uit zijn hand, loopt het eerste de beste hotel in en komt terug met de gepaste hoeveelheid rupia. Met een beleefde lach op zijn gezicht en het heerlijk klinkende "terima kasih", maakt hij een buiginkje naar ons en rijdt weg. Wij antwoorden beleefd, "Sama, sama", pakken onze koffers en rollen het gangetje in. Hier speelt zich het gewone dagelijkse leven af. We kijken onze ogen uit en voelen ons meteen op ons gemak. Overal zitten mensen gehurkt of op een krukje hun dagelijkse dingen te doen, eten of kleding verkopen, saté roosteren, reisjes of vervoer aanbieden etc. Heel vriendelijk en beslist niet opdringerig. Inderdaad ligt halverwege in de Gang de receptie van ons hotel. Een

mooie binnenplaats in Indonesische stijl, vol planten en groen en een mooie kamer. Onze eerste indruk voelt uiterst positief. 28 maart Hiep, hiep hoera! Wim 61 jaren jong. Stanny heeft de ontbijttafel op het terrasje feestelijk versierd met ballonnen, een kleurige placemat en kadootjes en zingt uit volle borst: "In de gloria......". Het personeel kijkt aanvankelijk wat schichtig in onze richting, maar komt Wim dan spontaan feliciteren. Het wordt een doenig dagje. Niet omdat we veel ondernemen in de stad, het regent n.l. een groot deel van de dag, maar omdat we het weblog met onze India-ervaringen de lucht in willen hebben. Tegen vijf uur zijn we klaar, knappen we ons op en is het tijd voor .......... een large Bintang, waarvan het etiket verdacht veel op Heineken lijkt, maar dan in het rood. We boeken meteen een tripje naar de Borobudur en gaan daarna heerlijk eten, want dat kun je hier uitstekend!!! Om kwart voor vijf in de ochtend gebruiken we een bescheiden ontbijt en worden om vijf uur opgehaald. Stipt zes uur staan we voor de ticketoffice van de Borobudur, krijgen een sarong om en worden voorgesteld aan een Nederlands sprekende Indonesiche gids. Het wordt een indrukwekkendde rondleiding. Niet alleen vertelt hij veel over de geschiedenis, de cultuur en de bouw van dit Wereldwonder, maar laat ons ook kennis maken met medicinale planten, geeft hij uitleg over de natuur en wijst ons op een kameleon in een boom. De Borobudur is tussen 750 en 850 voor Chr. gebouwd als een Boeddhistisch klooster. Dit is afgeleid uit de naam, die vertaald is uit het sanskrit en 'Boeddhistisch klooster op de heuvel' betekent. Nadat het, door de eeuwen heen, onder vele lavalagen en oerwoud bedolven was, is het in 1815 herontdekt en deel voor deel uitgegraven en hersteld. Sinds 1991 maakt het deel uit van de werelderfgoedlijst van de Unesco en is er een drainagesysteem aangelegd om de waterafvoer goed te regelen, waardoor verzakkingen en snelle slijtage worden tegengegaan. Helaas kunnen we de bovenste ring met de stupa's niet op. Na de laatste uitbarsting van de nabijgelegen Merapi vulkaan in oktober 2010, waarbij 400 mensen omkwamen en een groot deel van de omgeving werd bedolven onder een dikke laag vulcaanas, zijn de stupa's nog niet voldoende schoongemaakt. Ook de Borobudur heeft, na die uitbarsting, onder een laag van tien centimeter vulkaanas gelegen en is toen enkele maanden geheel gesloten geweest. Als we in de verte kijken zien we de Merapi liggen, waar nog steeds een witte rookpluim uit opstijgt. Het geheel maakt een grote indruk op ons. Veel interessante symboliek zit verborgen in deze tempel. Onenigheid bestaat nog altijd over de meer esoterische kant van de geheimen, die de Borobudur zo goed verborgen houdt. Het lijkt erop dat de geschiedenis een complexe boodschap voor ons heeft, waarvan de code nog altijd niet is gekraakt.

In de middag worden we met een fietstaxi, een bedjak, naar het Kraton, het paleis van de Sultan, gebracht. Na een interessante rondleiding, weten we meer over de cultuur en de opeenvolgende sultans met hun familie en vallen we pardoes in een traditionele dansvoorstelling, die wordt begeleid door een gamalan orkest. De volgende dag willen we het vervolg van onze trip over Oost Java gaan regelen, met de trein richting Malang, voornamelijk voor de beklimming van de Bromo vulkaan en het bezoek aan enkele plantages. Helaas!! Sinds een paar dagen is niet alleen de Merapi, wat we al zagen aan de rookpluimen, maar ook de Bromo weer actief geworden en mag die alleen van grote afstand bekeken worden. We gooien onze plannen om en besluiten om direct naar Bali door te reizen. We gaan in de avond nog naar een Ketcak dans (apendans) en vuurdans voorstelling. Indrukwekkend! Op Bali hebben we een hotel in Sanur aan het strand. 's Avonds, bij het diner, is er live music. Zoals gewoonlijk zit Wim mee te neurieën. Prompt wordt hij uitgenodigd met de band een paar nummers mee te zingen. Leuk !!! We maken elke dag wandelingen en komen veel Nederlanders tegen. Het blijkt hier een plaats te zijn, waar veel 'blanda's' overwinteren. Ook maken we er deze dagen een sport van om met een hoop humor de vele verkopers van ons af te houden. Wim maakt een lijstje met nummers van stalletjes en namen van verkoopsters, die graag willen dat je bij hen langskomt. Bij de zoveelste vraag, leest hij het lijstje op. Grote hilariteit. Zelf zien ze ook wel in, dat dit best lachwekkend is en kunnen het dan ook wel respecteren dat je niet bij ze langskomt. Vanuit Denpasar regelen we een 90-dagen visum voor Thailand. We brengen een bezoek aan het monument ter herinnering aan de bloedige veldslagen, die er rond 1906 zijn geleverd, tussen het Nederlandse Leger en de legertjes van de verschillende koningen op Bali, om dit eiland in bezit te krijgen. Een aantal koningen heeft zich nooit overgegeven, maar hebben gekozen voor de Puputan, de strijd tot de dood. Dit alles is weergegeven in een prachtige dioramavoorstelling, etalageachtige kasten waarin de geschiedenis wordt uitgebeeld. We lopen terug naar Sanur en maken er een gewoonte van om langs de weg of aan het strand in een Warung een hapje te eten. Echt om je vingers bij af te likken. Na een paar heerlijke dagen op Bali nemen we de boot naar Lombok. We kiezen voor de langzame ferry en maken zo de oversteek van vier uur. Het bovendek is gereserveerd voor de toeristen,op het middendek verblijft de lokale bevolking. In alle standen hangen en liggen zij op stoelen en banken tussen de meegenomen waren in. Op Lombok willen wij naar Kuta, in het zuiden van het eiland. Dit is een klein plaatsje, dat bekend staat om zijn mooie stranden en moet een paradijs zijn voor golfsurfers. We hebben een eenvoudig, maar goed hotelletje, met een eethuisje ernaast. We huren hier meteen twee scooters, want de afstanden zijn groot en openbaar vervoer is er niet. Dit geeft weer extra leuke ervaringen. De jongen van wie we de scooters huren, vier euro per dag, heeft zelf een plattegrond getekend op een velletje papier.
Zo kunnen we ons een beetje oriënteren. De wegen zijn namelijk veelal van erbarmelijke kwaliteit. We komen stukken tegen, waar tussen de gaten en het zand ook af en toe wat asfalt ligt. Stanny ontpopt zich als een ware coureur en laveert met gemak tussen kuilen, loslopende kippen, karbouwen en honden door en beklimt de meest stijle heuveltjes, alsof ze nooit anders heeft gedaan. Wim is helemaal trots op haar. Het strand heb je helemaal voor jezelf, op de altijd aanwezige verkoopsters na natuurlijk. Zij komen met van alles naar je toe, van sarong tot kokosnoot. Wij nemen een heerlijke spartelduik. Plots ziet Stanny een waterschidpadje naast zich zwemmen. We weten, dat ze in dit gebied veel voorkomen, maar dat je ze zo makkelijk tegenkomt? Heel bijzonder! De zon brandt zo enorm fel, dat het niet verstandig is om lang aan het strand te blijven liggen. We rijden door naar een klein vissersdorpje en zijn er getuige van, hoe de vissersbootjes door jong en oud het strand worden opgetrokken. Voor hun hulp worden ze 'betaald' met een paar kleine visjes. We zien bijvoorbeeld een meisje van een jaar of zeven helpen een boot te duwen, terwijl ze nog een visje, een soort geep, in haar ene hand heeft. Geweldig om te zien! Zo scharrelt een ieder zijn dagelijkse eten bij elkaar. We zien ook vier meisjes in hun nakie in een waterbekken naast een rijstveld zwemmen en springen. Als ze ons zien, roepen ze "hallo hallo"en trekken ze snel wat kleding aan en rennen naar ons toe. Stanny zal Stanny niet zijn, als ze niet iets voor de kinderen bij zich heeft. Ze geeft de kleintjes een ballon en ee paar, wat grotere kinderen krijgen een pen.
In een mum van tijd staat het halve dorp om haar heen en bedelen zelfs de oude vrouwen om een pen voor zichzelf, maar ook voor een broer en oom en God mag weten welk ver familielid nog meer. Snel bergt ze de boel weer op. Onze scooters hebben we onder een afdakje bij het strand gezet. Als we weg willen, wordt ons verteld, door een paar jongens, dat we daar wel 1000 rupia voor moeten betalen, want ze staan in de schaduw van hun afdakje. Lachend betalen we de acht eurocent en worden enthousiast uitgezwaaid door het hele dorp. Op de terugweg zien we twee jongens bezig met het rooien en bundelen van jonge rijstplantjes. Graag willen ze met ons op de foto.
Benzinestations voor de vele motoren en scooters kom je op Lombok niet veel tegen. Daar hebben ze wat op gevonden. Bij elk winkelstalletje, dus om de vijftig meter, staat een houten rek buiten met flessen petrol. Voor 5000 rupia wordt er een fles onder je zadel leeggegoten en kun je weer het halve eiland over. Zo brommen we naar het internetcafé om dochter Gwendolien via Skype toe te zingen, vanwege haar verjaardag.  Na een paar dagen heerlijk te hebben rondgetoerd, regelen we een taxi met chauffeur en gids. De gids spreekt goed Engels en laat ons leuke en interessante plekjes van dit mooie eiland zien. Zo komen we in een weversdorpje, waar de vrouwen thuis mooie lappen stof weven. Stanny mag het ook even proberen en wurmt zich, met haar lange westerse lijf, op de grond achter en onder het weefgetouw. Tjonge, wat zit dat weefproces ingewikkeld in elkaar! We stoppen bij een waterval, rijden tussen de sawa's door en stappen even uit op een punt in het bos, waar veel apen samenkomen. Er staan meerdere toeristen. Zo is er ook een man, die angstvallig een plastic zak met pinda's achter zijn rug houdt en trots een paar nootjes aan een aapje geeft. Terwijl hij zich bukt om dat te doen, grist een andere, grote aap de plastic zak achter zijn rug vandaan en zet het op een lopen. Hij ook, want hij schrikt zich een ongeluk! We hebben het allemaal zien gebeuren en komen niet meer bij van het lachen. Met onze gids hebben we afgesproken, dat hij ons naar de andere kant van Lombok brengt om vandaar uit over te steken naar de Gili eilanden. Drie paradijsjes even boven Lombok. De volgende ochtend steken we met de plaatselijke shuttleboot over naar het kleinste eilandje van de drie, Gili Meno. We vinden daar een mooi, maar basic, hutje aan het strand en voelen ons net Robinson Crusoë. Vanuit ons hutje plonsen we zo het helder blauwe water in en snorkelen
tussen de meest mooi gekleurde vissen, die je maar bedenken kunt. Ook hier weer de verkopers, maar nu ook met kettingen en ... heerlijke ananas en mango. Zie je het al voor je ........ zo'n sappige zoete ananas eten op een parel wit strand aan een azuur blauwe zee? Een uurtje later worden we, liggend in het zand, door een stel vaardige handen van een plaatselijke vrouw, heerlijk gemasseerd. Dit is toch Goddelijk! We maken nog een tochtje met een boot rond het eiland en kunnen daardoor op verschillende plekken snorkelen. Eén van de plaatselijke jongens, die mee is, springt ook te water en laat ons mooie plekjes zien. Hij wijst ons, waar we zeeschilpadden kunnen zien zwemmen en duikt er zelfs één voor ons op. Zo komt hij, getrokken door de schildpad, boven water om hem dan weer los te laten. Het eiland is zo klein, dat we het in anderhalf uur rond kunnen lopen. Het is niet toeristisch en dus heerlijk rustig. Na vijf dagen pionieren en genieten van al het mooie onder en boven water, steken we over naar Gili Trawangan. Het grootste van de drie eilanden. Het is een echte stek voor duikers. Veel jonge toeristen dus. Wij laten ons met het enige plaatselijke vervoer dat deze eilandengroep rijk is, paard en wagen, naar ons hotel brengen, even buiten het centrum. Ook hier is de plaatselijke keuken geweldig en eten veel vis, waaronder de baracudda. Heerlijk! We genieten hier nog drie dagen en regelen de snelboot naar Bali. In anderhalf uur zijn we weer in Padangbay en kunnen meteen door naar Ubud, het culturele en artistieke centrum van Bali. Het busje zet ons af in het centrum, bij het gangetje naar ons hotel. Dit hebben we geboekt op advies van ene Frank, die wij hebben ontmoet in Yogyakarta. Hij heeft niets te veel gezegd. Hotel Oka Wati is een juweeltje. Het ligt in het centrum, van de weg af, verscholen tussen de tempeltjes en rijstvelden. Alle kamers en huisjes zijn opgetrokken en ingericht in Balineese stijl en liggen gegroepeerd rond het zwembad. De bediening is geweldig en de medewerkers zijn uiterst vriendelijk.
Met de eigenaresse, mw. Oka Wati, heeft Stanny leuke en interessante gesprekken. Ubud staat bol van de winkeltjes en ateliertjes, heeft talloze warungs, waar je heerlijk kunt eten en ook de nodige goede restaurants. De eerste avond belanden we in zo''n restaurant. Aan de voorkant ziet het er steriel en klein uit, maar als we doorlopen, zitten we uiteindelijk te eten in typisch Balinese stijl aan de rand van een rijstveld. In Ubud wil Stanny graag naar een Wajangpoppen-voorstelling. Als Wim haar, na een uur, weer komt halen, kan hij nog net van een afstandje een stukje van de voorstelling meemaken en weet meteen, dat hij een goede keuze had gemaakt. Samen gaan we nog naar een Barong en Kerisdans. Een verbeelding van een deeltje uit de Marabaratha en begeleid door een gamalan orkest. Als we na een uurtje, met tuterende oren van het "gepling en geplong", weer op straat staan, schijnt de volle maan en dat is mooi zo in de tropennacht. We hebben ons ingeschreven voor een fietstocht over een deel van Bali. Met een auto worden we de Gunung Batur (1717 meter) op gereden. Vandaaruit moeten we een geweldig uitzicht hebben op het kratermeer en de vele rijstvelden in de buurt. Helaas! Het heeft die nacht behoorlijk geregend en als we boven aankomen, zien we geen hand voor ogen. In het daar gelegen

restaurant gebruiken we ons ontbijt en worden dan naar een plek gebracht, waar de fietsen staan. Fiets op maat maken, helm op en hup.... achter de gids aan. De twee uur durende rit zal voornamelijk bergafwaarts zijn en voert ons door verschillende Balineese dorpjes. Hier stappen we af en bezoeken een traditionele familiegemeenschap. De gids vertelt ons veel over de zeden en gewoonten van het dagelijk leven en laat ons overal kijken. We rijden verder langs en zelfs tussen de rijstvelden door naar een koffieplantage en en zien veel van de omgeving om uiteindelijk aan te komen bij de plaats, waar we zullen lunchen.
Onderweg hebben we elkaar al een paar keer aangekeken en gezegd dat we dit fietsen toch wel een beetje missen. Het geeft in elk geval al weer de kriebels voor onze volgende lange tocht. Bij het avondeten voelen we ons heerlijik, mede omdat we in Ubud weer eens een glaasje goede wijn kunnen drinken. We laten het ons uitstekend smaken en al pratend komen we tot goede ideeën. Dit zijn van die momenten, waarop we onze gedachten laten gaan over, onder andere, de volgende te nemen stappen. Wat we nog moeten regelen, wélk hotelletje wáár en wélke vlucht naar Bangkok we zullen nemen. Zo komen we tot het besluit, om niet naar Cambodja en Laos te gaan. Dit geeft ons de gelegenheid om Thailand in een rustig tempo goed te bereizen. En zo komen we in die zwoele, tropische avondlucht, met onze voeten omhoog, tot de conclusie dat Indonesië en met name Java en Bali een fijne indruk bij ons achterlaten en dat we hier beslist nog eens terug willen komen.
Selamat Jalan di Indonesia.

Vooruitblik:
  • Bangkok en twee maanden Thailand w.o. Brug River Kwai, Gouden Driehoek, Chiang Mai, Koh Samui
  • Voorbereiden fietstocht naar Barcelona
  • Fondsen werven voor Matoekoe w.o. kilometers verkopen
  • Thuiskomst 25 juni

Geen opmerkingen: