dinsdag 21 juni 2011

De glimlach van Thailand - Deel 2

In de nachttrein naar Chiang Mai hebben we ieder een eigen slaapcoupé, met tussendeur. Het lijkt de Oriënt Express wel. Ondanks het geschud en gebonk slapen we goed en komen, op zaterdagmorgen 7 mei, vroeg aan in Chiang Mai. Een middelgrote stad in het Noorden van Thailand. Het centrum bestaat uit een (vroeger) ommuurd stadsdeel van één vierkante kilometer, omzoomd door een stadsgracht. Verschillende poorten geven toegang tot de binnenstad, waarin heel wat tempels staan en wat verdeeld is in leuke straatjes. We zoeken ons hotel op, want na zo'n nachtje treinen ben je wel wat verreisd. Het hotel ligt op loopafstand van de binnenstad en blijkt vrij nieuw te zijn. Het ziet er verzorgd, fris en schoon uit en de kamer bevalt ons prima. Eerst even opknappen en dan de stad verkennen. Er zit een wasserij om de hoek, mooi daar zijn onze kleren wel weer eens aan toe. Drie kilo voor twee euro twintig. Chiang Mai is onder andere bekend om zijn zondagavondmarkt. Een deel van de binnenstad is dan omgetoverd in een markt met honderden stalletjes, waar van alles te koop is. Dit kenden we al vanuit Bangkok, maar nu is er ook muziek aan toegevoegd. Verschillende groepjes volwassenen en kinderen zingen of bespelen instrumenten. Van een meisje in klederdracht van een bergstam, dat een lokaal snaarinstrument bespeelt tot een vijftal blinde jongens die, achter elkaar op de straat gezeten, een bandje vormen. We zien ook een oude man op een zelfgemaakt fietsje, waarop verschillende instrumenten zijn gemonteerd. Met handen en voeten bespeelt hij de instrumenten en zingt daar ook nog bij. Het is een leuk gezicht, maar geen gehoor! Maar ja, dat is de zondagavondmarkt. We vermaken ons uitstekend, snuffelen een uurtje rond en juist als we besluiten om weer terug te gaan, breekt er een hoosbui los. Och hemel, al die mensen met hun uitgestalde spulletjes. Overal komt plastic vandaan om de zaken af te dekken en iedereen zoekt een droog plekje. Na de ergste hoos kunnen wij een tuk-tuk bemachtigen en komen redelijk droog bij het hotel aan. Voor de volgende dag

hebben we een fietstocht besproken. We worden met een busje naar een privé woning in een buitenwijk gebracht. Daar runt al drie jaar een Nederlander een fietstour bedrijfje. Het ziet er goed en verzorgd uit en de fietsen zijn prima. Wij blijken voor vandaag de enige twee te zijn, krijgen een goed Engelssprekende gids mee en gaan op pad. De rit is ongeveer 40 kilometer lang en gaat voor een groot deel over het platteland. De eerste paar kilometer echter moeten we toch even over een zesbaans weg afleggen. We bezoeken o.a., je raadt het al ....... een tempel, maar ook plaatselijke familiebedrijfjes, zoals een bakkerij, snoepfabriekje, een pottenbakker en een meubelmaker. We kronkelen door rijstvelden, bekijken de resten van een vergane stad, rijden door een leprozendorpje en besluiten de tocht bij een lokale markt, waar we door de gids worden getrakteerd op een hapje kleefrijst met Thaise worst. Best lekker! Omdat er veel te beleven is in en rond Chiang Mai én omdat ons hotel ons prima bevalt, blijven we wat langer dan gepland. Dit geeft ons de gelegenheid om een dag een auto met chauffeur te huren en op pad te gaan naar verschillende belangrijke bezienswaardigheden. We bezoeken een heetwaterbron. Valt wat tegen. Dat komt natuurlijk door onze ervaringen in Nieuw Zeeland. Vervolgens gaan we naar de
White Tempel. Een door een Thaise kunstenaar gebouwde tempel, waarvan nog maar een klein deeltje is gerealiseerd. Werkelijk imposant! We rijden door naar de Golden Triangle. Het Vaals van Thailand, waar
de Mea Kong rivier de scheiding vormt tussen Laos, Myanmar (Burma) en Thailand. Tevens is dit het gebied geweest, waar jarenlang de papaveroogst de economie en maffia in stand hielden. Het grootste opium producerende gebied ter wereld. Gelukkig behoort dit nu tot het verleden. Door persoonlijke aandacht en tussenkomst van de Thaise Koninklijke familie, verbouwt de plattelandsbevolking hier nu koffie, maïs, thee en fruit i.p.v. papaver en zijn de maffiapraktijken verdwenen. Ter illustratie van die periode is er een museum, The Hall of Opium, ingericht. Indrukwekkend en zeer de moeite van het bekijken waard. Als afsluiting van de dag brengen we nog een bezoek aan een dorpje, waar verschillende bergstammen wonen. Deze mensen komen hoofdzakelijk uit Myanmar en leven hier als, bij ons vroeger, de zigeuners. Nergens komen ze aan het werk en moeten in hun dagelijks onderhoud voorzien, door hun cultuur te showen en handwerk te verkopen aan de toeristen. Nou, dat lukt aardig. Bussenladingen vol toeristen worden dagelijks bij de dorpjes gedropt om een uurtje rond te kijken. De meest opvallende stam, naast de Big Ears en Akha (roodbruine tanden van het kauwen op bladeren) is natuurlijk de Long Neck bevolking.
Hoofdzakelijk jonge meisjes en pubers met koperkleurige ringen om hun nek en benen proberen de handgemaakte kleding en gebruiksvoorwerpen te verkopen en je met allerlei praatjes en beloftes hun stalletje in te lokken. Als Wim aan één van de meisjes vraagt, waar háár stalletje begint, wijst zij op een liggend stokje in het zand. Met een grote sprong over het stokje heen, komt Wim haar stalletje binnen, wat haar doet schateren van het lachen. Gelukkig blijven de ringen op hun plaats en breekt haar fragiele nekje niet. Natuurlijk kopen we wat. Als we het dorp verlaten lopen we pardoes tegen een Lycheeboom. Ja, ook dat kom je hier tegen! Verder in die week bezoeken we nog wat handwerkfabriekjes, met o.a. houtsnijwerk, leerbewerking en parasolletjes. Geweldig en kunstig zoals die verschillende producten worden gemaakt. Echte kunstenaars zijn het. In de avond gaan we naar een dansvoorstelling van de verschillende bergstammen. Bij één van die dansen springen kinderen tussen lange bamboestokken door die, door andere kinderen iets boven de grond, ritmisch tegen elkaar worden geklapt. Dat daar af en toe wel eens een enkeltje tussen komt, kunnen we ons heel goed voorstellen. Gelukkig gebeurt dat nu niet, maar dat het ook voor die kinderen spannend is, dat blijkt wel uit de spanning op hun toetjes. Toch hebben ze ook veel plezier en springen vrolijk lachend en elkaar uitdagend tussen de stokken door. Later in de week gaan we naar een safaripark, waar we in de avond een tour door het park maken. Prachtig om die dieren in hun natuurlijke omgeving te zien. Leuk is het, dat je verschillende dieren kunt voeren. Zo komen de zebra's dicht bij het treintje, waarin we zitten en steken de giraffen hun grote kop naar binnen en eten uit je hand. Hoogtepunt van

de avond is het moment, waarop we op de foto gaan met een jonge witte tijger op schoot. Het feit dat het een witte tijger is, is al bijzonder maar, omdat hij pas uit zijn slaap is gehaald, gromt hij vervaarlijk en geeft daarmee een extra dimensie aan het geheel. Wim is blij, als hij hem weer kan overhandigen aan de oppasser. Eén van de dagen gebruikt Stanny om naar Thaise kookles te gaan. Naast het inkopen op de markt, leert ze verschillende gerechten klaar te maken. Zo weten we nu. dat niet alle groenten, die in een currygerecht zitten, om op te eten zijn. Verschillende soorten, zoals lemongrass, zit er alleen in voor de smaak. Het was ook al niet te vre… Dus dat je na je maaltijd nog het een en ander op de rand van je bord hebt liggen, is hier niet vreemd. Vrijdag 20 mei reizen we, met de bus, door naar het historische stadje Sukhothai. In deze stad komt vooral het verschil tussen de oud Burmeese stijl van tempelbouw en die van de Siameese stijl tot uiting. Bij één van de tempels beleven we weer iets nieuws. Een man probeert ons een plastic zakje te verkopen met iets er in. Als we beter kijken, blijken het levende vissen te zijn. Waaronder een paling, een meervalachtige en andere vissen. Met handen- en voetentaal legt hij uit, dat we ze niet hoeven op te eten, maar weer mogen vrijlaten in de vijver achter hem. Dat brengt geluk!!! En we zijn al zo gelukkig!!! Maar goed, een beetje geluk voor anderen wensen is ook nooit weg. Stanny koopt een zakje en loopt, met dat friemelende geheel, snel naar de vijver. Ze keert het zakje om en …. daar zwemmen de vissen hun vrijheid tegemoet. Voor hoelang dat zal zijn, daar staan we maar even niet bij stil, maar dat het geluk brengt …….. Ach, iets of iemand zijn vrijheid teruggeven is altijd goed! In deze tijd zingen we nog voor schoonzoon Marcel, hij is 36 jaar geworden. Na een paar dagen Sukhothai reizen we verder zuidwaarts naar de voormalige hoofdstad van Siam/Thailand, Ayutthaya. We huren daar een paar fietsen en rijden van oude tempel naar ....... totdat Stanny ineens met haar fiets, aan de kant van de weg, tussen de olifanten in staat. Ja, ook dat zijn hier weggebruikers! Als we een stukje verder rijden, staat Stanny plots met één van de trappers in haar hand. Die hoort natuurlijk, normaal gesproken, onder je voet te zitten. Deze is echter pardoes van de krenk afgelopen. Nou ja, terug, fietsje wisselen en hup, weer verder. Bij de toeristeninfo laten we ons voorlichten over de werkelijke hoogtepunten, die we niet mogen missen. Met die kennis gewapend bezoeken we een museum en, kijken we rond bij de overblijfselen van het paleis en de paleistempel. Beide daterend uit de 18e eeuw en zijn de moeite van het bekijken waard. Zo is er op een

bepaalde plek, bij opgravingen, een Boeddha hoofd tevoorschijn gekomen, dat tussen de wortels van een boom is in- en vastgegroeid. Verder maken we nog een klongtocht in een longtailboot rond de stad/eiland en bezoeken daarbij tevens een klooster voor Boeddhistische monniken. Wat ons daarbij telkens weer opvalt, is dat je vrij bent om te fotograferen. Niks geen heiligschennis of iets dergelijks. Na de klongtocht eten we wat in een restaurantje boven het water. Een mooi moment om onze verdere stappen te bespreken. De eerst volgende is Petchaburi. Een provinciestadje ongeveer anderhalf uur treinen onder Bangkok. En dat het een provinciestadje is, blijkt ook wel uit het feit, dat er bijna geen Engels wordt gesproken, iets wat we nog niet veel zijn tegengekomen. In dit stadje ligt een berg waarop een paleis, een grote stupa en een tempel zijn gebouwd. Met een kabeltreintje kun je naar boven. Bij de ingang van de kabeltrein en bij de uitgang staan grote borden die je waarschuwen voor apen. Dus geen eten in je hand houden, ze niet provoceren, ze geen aandacht geven etc., want het zíjn en blíjven ‘wilde dieren’. En inderdaad, er lopen daar tientallen apen rond, die ook echt apenstreken uithalen. Zo staan we bij een stalletje om wat te drinken. Springt er een aap op het stalletje, steelt de zak met drinkrietjes en gaat ermee twee meter verderop zitten spelen. Het meisje van het stalletje haalt snel wat fruit uit een gereedstaand trommeltje en gooit het naar hem toe. Zo kan ze haar rietjes weer terugpakken. Als we later weer beneden zijn, blijken ook om de berg heen hele hordes met apen te leven. Gewoon op straat kom je ze

tegen en als er weer eentje iets gepikt heeft uit één van de eetstalletjes, dan is het meteen een herrie van jewelste. Ze rennen en klauteren achter elkaar aan, langs de muren, over de daken en steken zelfs via de bedrading de vierbaans weg over. Oh ja, het paleis, de stupa en de tempel hebben we ook bekeken! Later zijn we met een tuk-tuk naar grotten geweest, waar verschillende Boeddhabeelden zijn neergezet. Het bijzondere hierbij is, dat de grotten van boven open zijn, zodat het zonlicht het interieur verlicht. Dit geeft een echt ‘verlichtend’ effect. Na Petchaburi gaat onze reis zijn laatste fase in. Voor de laatste fase van onze reis hebben we ons een ‘Bounty-eiland-reis’ beloofd. Dus, op naar Koh Samuï en Koh Tao in de Thaise Golf. Het eiland Koh Samuï is het grootst en heeft verschillende, kilometerslange, mooie witte stranden, maar is ook echt toeristisch. Wij kiezen daarom voor een kleiner strandje in het Noorden van dit eiland, BoPhut. Een baai met een oud Fisherman’s Village en twee kilometer wit strand. Het resort dat we hebben uitgezocht blijkt een schot in de roos te zijn. Vanuit onze bungalow lopen we door de prachtige tuin met orchideeën en vele vlinders, zo via het zwembad, naar het restaurant aan het strand. Dalen het trappetje af, zetten de parasol op en vleien ons neer op onze, onder de palmbomen, klaarstaande strandbedden. GENIETEN!!! Rechts achter ons het restaurant, midden achter ons het zwembad, links
achter ons een massagehutje, met vijf lieftallige en zweer bekwame Thaise masseuses. Links, midden en rechts voor ons, het parelwitte strand en de azuurblauwe zee. Hier houden we het wel een paar dagen vol! Voor snorkelen is deze baai niet geschikt. We doen dat daarom, tijdens een trip naar een nationaal park van eilanden in de buurt. Twee en veertig eilandjes, met strandjes en mooi helder water. Die dag snorkelen we tussen de fraai gekleurde koraalvissen en spelen met ze, terwijl we ze brood voeren. In de middag pakken we een kajak en peddelen diverse eilanden rond. Daarbij manoeuvreren we ons, onder overhangende rotsen en via smalle watergangetjes tussen de rotsblokken door. Dat is wel oppassen, want door de inwerking van zee en wind en de afzetting van schelpen, zijn de rotswanden messcherp. Maar, als een goed op elkaar ingespeeld stel, werken wij ons daar prima doorheen en varen zo het open water weer tegemoet, op naar het volgende strandje. Hier op Koh Samuï begint Stanny met het maken van een digitaal fotoalbum. Elke dag een paar uurtjes. Ook brengt we de nodige tijd door in het massagehutje aan het strand. Onder de vaardige handen van een masseuse kunnen we heerlijk ontspannen. Tot het moment dat Stanny een keer naar links kijkt en aan de rand van het hutje een groen slangenkopje omhoog ziet komen. Het tongetje beweegt zich snel in en uit het bekje en als er, achter dat kopje, dan ook nog een anderhalve meter lang groen lijf tevoorschijn komt, weet Stanny niet hoe snel ze de aanwezige masseuses op deze ongenode gast moet attenderen. De meisjes kijken op, lachen wat, laten de slang gewoon weer wegkruipen en gaan weer door met het kneden van de spieren. Ach, zo’n groene doet niks! Ja, de flora en fauna in Thailand zijn bijzonder. Zo komen we ook regelmatig het Kruidje-roer-me-niet tegen. Altijd weer leuk om het plantje te zien reageren op aanraking. Wat lastig is het echter om dit uit te leggen aan Engelssprekende mensen. Want de naam Herbje-do-touch-me-not zal wel niet de echte Engelse benaming zijn. Waar we ook van genieten, dat zijn de Thaise mensen en hun gewoontes. Zo aardig, behulpzaam, vriendelijk en relaxed als ze zijn. Veel van die gewoontes hebben te maken met geloof. Elke ochtend, als het personeel van het hotel binnenkomt, lopen ze eerst even naar het tempeltje en doen daar een gebedje. Het altaartje hangt iedere dag weer vol met mooi en fris geregen bloemenkransjes en andere offergaven. Zo is het ook de gewoonte om met het eerst-verdiende-geld van de dag, door b.v. een masseuse, even op elk bedje te kloppen als good luck voor de rest van de dag. Bij die gewoontes horen ook de offertjes, die dagelijks gebracht worden, o.a. door gevangen vogeltjes of vissen weer los te laten en het oplaten van wensballonnen. Dat zijn grote langwerpige zakken met een metalen frame aan de open onderkant. Midden in dat frame is een in olie gedrenkte lont aangebracht. Je schrijft een wens op de zakt en steekt, als het donker begint te worden, het lont aan. Je houdt de zak rechtop en als de lucht in de zak voldoende is opgewarmd, zweeft hij vanzelf omhoog, hoger-en-hoger gaat je wenslichtje …..tot hij uit het gezicht verdwenen is. Wat niet onvermeld mag blijven , dat zijn de vele Thaise jongens die meisje (willen)zijn. Hun haar gekapt, opgemaakte gezichten, jurkjes aan, kokette beweginkjes, mooie borsten en goed figuur. Bij velen hoor of zie je direct dat het een jongen is, bij anderen verraadt de adamsappel de ware aard, maar er zijn er bij, waarbij je blijft twijfelen. We hebben ze maar de Androgynen genoemd. Je komt ze overal tegen, in de winkel achter de kassa, in het stalletje op de markt, in het hotel of op één van de vele reisbureautjes. Het is hier helemaal geaccepteerd. In BoPhut blijven we uiteindelijk twaalf dagen en brengen onze dag door met zwemmen, lezen, wandelen, weblog en fotoalbum bijwerken, zonnen en gemasseerd worden. Heerlijk! Tijd om door te gaan naar het andere eiland, Koh Tao. Dit is een klein eiland boven Koh Sanuï en een waar duik paradijs. Het is pas sinds 1947 bewoond en het toerisme is hier nog maar enkele jaren geleden wat op gang gekomen. Dat is ook goed te merken aan de infrastructuur. Die laat nog wel wat te wensen over. De laatste twee jaar echter, wordt dit eiland overspoeld door rugzaktoeristen en schieten de duikscholen uit de grond. Wij verblijven in een mooi resort tussen de palmbomen, veel mooie bloemen en ook hier weer heel veel schitterende vlinders. De zee is helder en goed geschikt om te snorkelen. Helaas is de eerste paar dagen het weer wat onstuimig en de zee te ruw om te zwemmen, maar dat halen we later weer in. De verschillende mooie baaien liggen op loopafstand van elkaar. Ten opzichte van elkaar verschillen ze nogal in de staat van ontwikkeling. De Sairee Bay bijvoorbeeld ziet er goed verzorgd en gezellig uit. Veel winkeltjes, barretjes, restaurants en …. duikscholen en goed opgezette resorts. De Sai Nuan Bay daarentegen is onverzorgd, met een aantal houten hutjes en een gammel
restaurantje. Wij wandelen en zwemmen weer veel en genieten op en top van het rustige en ongedwongen leven in de vrije natuur. Oh ja, wat we hier ook elke dag doen is, fruit eten. De mango is nl. rijp en als je ons die ziet eten ….. Toon Hermans met zijn perzik kan daar niet aan tippen!! Voor ons is het hier tevens een plaats en tijd om even terug te kijken. We kunnen het ons niet voorstellen dat we al bijna een jaar 
onderweg zijn. Het leven, op deze manier en in dit deel van de wereld bevalt ons uitstekend en eigenlijk hebben we er nog lang niet genoeg van. Het is zo relaxed en ongedwongen. Geen agenda die je dag en tempo bepaalt en van stress lijkt men, zeker hier in Thailand, nog nooit gehoord te hebben. Aan de andere kant begint er ook langzaam iets te knagen. Iets van verlangen om de (klein)kinderen, familie en vrienden weer even te knuffelen en te spreken. Oké, internet en Skype zijn een zegen, maar toch …… Wat hebben wij veel gezien en beleefd en wat hebben we genoten!!! Door deze reis zijn wij nog dichter bij elkaar gekomen en ook dat is een reden om innig dankbaar te zijn. Onze laatste boekingen zijn gedaan, hotels in Bangkok en Londen besproken. Ons rest nog om onze laatste ervaringen echt te beleven en …… jou, als trouwe lezer van ons blog, te danken voor je belangstelling. Tenslotte wensen wij eenieder veel gezondheid en geluk en zeker net zo veel plezier in het reizen als wij hebben gehad, in dit afgelopen jaar.

Ps.
Blijf ons nog volgen. Onze Kruistocht in Fietsbroek krijgt een vervolg. Dit keer op de fiets naar Barcelona. Wij zullen ons in het zweet werken om de speeltuin, voor het kinderproject Matoekoe in Suriname, te verwezenlijken. Jouw belangstelling en steun stellen wij daarbij zeer op prijs.

Groetjes,
Stanny en Wim

Vooruitblik:
• Thuiskomst 25 juni 2011
• Augustus / september op de fiets naar Barcelona
• Oktober / november Suriname

Geen opmerkingen: